Column

De toekomst is geschiedenis

PAPENDRECHT –
Een horizon verleggend, meeslepend, historisch relaas heeft Piet Kaptein voor u. Anders gezegd: hij nodigt u uit met hem een enerverende tocht te maken door een boek dat in het huidigetijdbestek er echt toe doet. Hij heeft het over de 576 bladzijden tellende hardcover ‘De toekomst is geschiedenis’ van Masha Gessen en De Bezige Bij met ondertitel ’De terugkeer van het totalitaire Rusland’.
Lees verder rtvpapendrecht.nl

Ik volsta mijn eerste introductie aan u voorlopig met het plaatsen van titel en ondertitel. Vervolgens geef ik u door de tekst van de uitgever op de rode wikkel (met daarop een schrijdende Poetin) en ook integraal de proloog van Masha Gessen. Het spreekt voor zich dat wij hier met elkaar later onze leeservaringen aangaande ‘De toekomst is geschiedenis’ uitwisselen. Vijf decennia terug verliet de jonge Masha met haar gezin Rusland om in Amerika een ander bestaan op te bouwen. Het leven in de communistische heilstaat van het Sovjetregime was voor hen onhoudbaar. Als jonge journaliste keerde zij naar het Rusland van de perestrojka en de glasnost weerom. Haar droom spatte uiteen in het land van Poetin en KGB, waarin de rechten en vrijheid van mening van de gewone burger not done waren, Teleurgesteld trok zij op haar beurt met haar gezin weer naar Amerika met het besef dat de geschiedenis zich gewoon herhaalt. Wat nu in Rusland passeert deed zich eerder al voor: terugkeer van het oude regime. Om haar eigen belevenissen kracht bij te zetten sprak Masha met de vier hoofdfiguren Llosja, Masja, Serjozja en Zjanna, want ook zij waren slachtoffer van de repressie van 2012. Het leven in Rusland is een repeterende breuk, de geschiedenis herhaalt zich daar.
De Bezige Bij: Masha Gessen, bekroond journaliste, geeft een fenomenaal inzicht in de gebeurtenissen en krachten die haar geboorteland Rusland de afgelopen decennia hebben ontwricht. In ‘De toekomst is geschiedenis’ volgt ze de levens van mensen die geboren
werden in de nadagen van het Sovjetrijk en opgroeiden met ongekende verwachtingen. Haar hoofdpersonen – kinderen en kleinkinderen van de bouwmeesters van het nieuwe Rusland –
koesteren elk hun eigen aspiratie, als ondernemer, activist, denker of schrijver. Gessen brengt in kaart hoe hun levens beïnvloed worden door de intriges van een verpletterend regime dat weigert zichzelf te begrijpen. Een regime waarin de oude Sovjetorde ongehinderd kan terugkeren in de vorm van de maffiastaat die Rusland nu is. ‘De toekomst is geschiedenis’ is een sterk en urgent verhaal, een waarschuwing voor nu en alle tijden.
Masha Gessen; ‘ Proloog – Ik heb veel verhalen gehoord over Rusland en er zelf ook een paar verteld. Toen ik elf of twaalf was, aan het eind van de jaren 70, zei mijn moeder dat de USSR een totalitaire staat was, te vergelijken met het naziregime – een buitengewone gedachte en uitspraak voor een Sovjetburger. Mijn ouders zeiden dat het Sovjetregime eeuwig zou voortbestaan en dat we daarom het land moesten verlaten. Toen ik een jonge journalist was, in de late jaren 80, begon het Sovjetregime eerst te wankelen en daarna stortte het volledig in, dat werd althans gezegd. Ik voegde me bij een leger reporters die opgewonden verslag deden van de manier waarop mijn land de vrijheid omhelsde en de weg van de democratie op ging. Als dertiger en veertiger documenteerde ik de dood van een Russische democratie die er nooit gekomen was. Er deden verschillende verklaringen de ronde: velen beweerden dat Rusland na twee stappen voorwaarts alleen een stap terug had gedaan; sommigen gaven de schuld aan Vladimir Poetin en de KGB, anderen aan de vermeende Russische liefde voor de ijzeren vuist en weer anderen aan het onverschillige, heerszuchtige Westen. Op een gegeven moment wist ik zeker dat ik het verhaal zou gaan schrijven over de neergang en val van het Poetin-regime. Kort daarop verliet ik Rusland voor de tweede maal – ditmaal op middelbare leeftijd met kinderen. Net als mijn moeder vroeger legde ik mijn kinderen uit waarom we niet langer in ons land konden blijven. De redenen waren duidelijk genoeg. Russische burgers hadden bijna twee decennia lang hun rechten en vrijheden verloren. In 2012 begon Poetins regering een alomvattende politieke repressie. Het land ging oorlog voeren met de binnenlandse vijand en de buurlanden. In 2008 viel Rusland Georgië binnen en in 2014 Oekraïne, waar het uitgestrekte gebieden annexeerde. Het land begon ook een informatieoorlog over de westerse democratie als concept en werkelijkheid. Het duurde even voordat westerse waarnemers begrepen wat er in Rusland gaande was, maar inmiddels zijn de feiten over Ruslands diverse oorlogen genoegzaam bekend. De huidige Amerikanen zien Rusland weer als het rijk van het kwaad, een bedreiging voor het bestaan. De repressie, de oorlogen en zelfs Ruslands terugkeer naar zijn oude rol op het wereldtoneel zijn historische feiten – ik was erbij – en dat verhaal wilde ik vertellen. Maar ook het verhaal over wat niet gebeurd is: over de niet-omhelsde vrijheid en de niet-gewenste democratie. Hoe vertel je zo’n verhaal? Hoe verklaar je dat iets uitblijft? Waarmee begin je, en met wie? Populaire boeken over Rusland – of over andere landen – vallen uiteen in twee brede categorieën: verhalen over machthebbers (de tsaren, Stalin, Poetin en hun kringen) met uitleg hoe het land bestuurd werd en wordt, en daarnaast verhalen over ‘gewone mensen’ met aanschouwelijke beschrijvingen van hoe het voelt om in zo’n land te leven. Ik heb beide soorten boeken geschreven en er nog veel meer gelezen. Maar zelfs de beste onder die boeken – misschien juist de beste – belichten slechts een deel van het verhaal. Als we ons verslaggeving voorstellen, zoals ik doe, in termen van de Indiase fabel over de zes blinden en een olifant, beschrijven de meeste Ruslandboeken alleen de kop of de poten van het dier. En zelfs als sommige boeken beschrijvingen bieden van de staart, de romp en het lijf, zijn er maar weinig die uitleggen hoe het dier in elkaar zit – of wat voor dier het is. Ditmaal was het mijn ambitie om het dier zowel te beschrijven als te definiëren. Ik besloot te beginnen met de neergang van het Sovjetregime – de veronderstelde ‘ineenstorting’ verdiende wellicht meer onderzoek. Ik besloot me te richten op mensen voor wie het einde van de USSR hun eerste of een van hun eerste bepalende herinneringen was: de generatie Russen geboren in het begin tot het midden van de toekomst is geschiedenis de jaren 80. Ze groeiden op in de jaren 90, misschien het meest betwiste decennium in de Russische geschiedenis: sommigen herinneren zich die tijd als een bevrijding, anderen als chaos en leed. Die mensen brachten hun hele volwassen leven door in het Rusland van Vladimir Poetin. Bij het kiezen van mijn hoofdfiguren zocht ik naar mensen wier levens drastisch veranderd waren door de in 2012 begonnen repressie. Ljosja, Masja, Serjozja en Zjanna – vier jonge mensen uit verschillende steden, verschillende families en daadwerkelijk verschillende Sovjetwerelden – boden me de kans te vertellen wat het betekende om op te groeien in een land dat openging, en om volwassen te worden in een maatschappij die dichtging. Bij het selecteren van mijn hoofdrolspelers deed ik wat journalisten meestal doen: ik zocht mensen die zowel ‘normaal’ waren, in de zin dat hun ervaringen representatief waren voor die van miljoenen anderen, maar ook speciaal: intelligent, gepassioneerd, introspectief en in staat om een dynamisch verhaal te vertellen. Maar het vermogen om iets zinnigs te zeggen over je leven in de wereld houdt verband met vrijheid. Het Sovjetregime beroofde mensen niet alleen van hun vermogen om vrij te leven, maar ook van het vermogen om volledig te begrijpen wat hun was ontnomen, en hoe. Het regime trachtte de persoonlijke en historische herinnering en het wetenschappelijk onderzoek van de maatschappij uit te wissen. Door de doelgerichte oorlog van het bewind met de sociale wetenschappen verkeerden westerse academici decennialang in een betere positie om Rusland te doorgronden dan de Russen zelf – maar als buitenstaanders met beperkte toegang tot informatie konden ze het gat moeilijk vullen. Het was veel meer dan een wetenschapskwestie, het was een aanval op de menselijkheid van de Russische maatschappij die de instrumenten en zelfs de taal verloor om zichzelf te begrijpen. De enige verhalen die Rusland zichzelf over zichzelf vertelde waren bedacht door Sovjetideologen. Als een modern land geen sociologen, psychologen of filosofen heeft, wat komt het dan over zichzelf te weten? En wat komen de burgers over zichzelf te weten? Ik besefte dat alleen al mijn moeders daad om het Sovjetregime te categoriseren en te vergelijken met een ander regime, een proloog 13 bijzondere mate van vrijheid had gevergd, minstens voor een deel het gevolg van het feit dat ze toch al besloten had te emigreren. Om de grote tragedie vast te leggen van het verlies van de intellectuele middelen voor een zinvolle verklaring zocht ik naar Russen die getracht hadden die middelen te hanteren, zowel in de Sovjetals in de post-Sovjetperioden. Mijn hoofdfiguren werden uitgebreid met een socioloog, een psychoanalyticus en een filosoof. Die bezitten bij uitstek de middelen om de olifant te definiëren. Het zijn geen ‘gewone mensen’ – de verhalen van hun strijd om hun vakken van de dood te redden zijn niet representatief te noemen – maar ook geen ‘machthebbers’: ze proberen iets te begrijpen. In het Poetin-tijdperk werden de sociale wetenschappen op nieuwe manieren gedwarsboomd en gedegradeerd, en mijn hoofdfiguren werden geconfronteerd met een nieuw stel onmogelijke keuzes. Toen ik deze verhalen samenweefde, had ik een lange Russische (non-fictie)roman voor ogen die zowel de textuur van de individuele tragedies moest vastleggen als de gebeurtenissen en ideeën die aan die tragedies vormgegeven hadden. Ik hoop dat dit boek niet alleen laat zien hoe het voelde om de laatste dertig jaar in Rusland te wonen, maar ook wat Rusland in die tijd geweest en geworden is en hoe. Ook de olifant duikt even op (zie blz. 415).