Column

Nouri

PAPENDRECHT – Een schrijnend relaas nam Piet Kaptein het voorbije weekeinde door. Het gaat om het trieste verloop van een tintelend dartelen op de voetbalvelden. Hij legt voor u neer de 232 bladzijdentellende, van een fotokatern voorziene paperback ‘Nouri’ van Henk Spaan en Ambo/Antos.

Het is de personificatie van de dichtregels van de Tachtiger Willem Kloos: ‘Ik ween om bloemen in de knop gebroken. En voor de ochtend van haar bloei vergaan.’ Op Wikipedia staat het heel concreet, sober en zonder emotie: ‘Abdelhak Nouri (Amsterdam, 2 april 1997) is een Marokkaans- Nederlandse voormalig voetballer die bij Ajax onder contract stond. Hij ontving de Gouden Stier voor beste voetballer van de Eerste divisie in het seizoen 2016/17. In juli 2017 liep hij na een hartstilstand ernstige en blijvende hersenschade op tijdens een oefenwedstrijd.’ Vooral dat ‘voormalig’ komt hard bij ons binnen. In ‘Nouri’ vertelt publicist Henk Spaan de opgang en neergang van Nouri vol respect, vol welgekozen woorden, vol mededogen over de Amsterdammer die tot een lijden gedoemd werd. Mijn eigen zonen Muel, Time en Briam, mijn kleinzonen Chiel, Sem, Stijn en Daaf konden een aardig balletje trappen op de Hollandse velden. Het was leuk dat zij het zo ver konden schoppen. Zij waren in de verste verte niet te vergelijken met Nouri, maar diens vader en ik hebben een ding gemeen: met liefde keken wij naar de ballende boys. Met dit grote verschil: het was de Nouri’s niet beschoren dat Nouri zijn verhaal af kon maken. De 26 foto’s in ‘Nouri’ brengen het voetbalverleden van de sprankelende twintiger mooi in beeld, maar er hangt voortdurend een inktzwarte wolk boven het veld. De vraag is voorde hand liggend: wat hebben Henk Spaan en Nouri met elkaar bij bewust leven gehad? In zijn ‘Inleiding’ doet Spaan dat uit de doeken. Ik citeer integraal. Maar eerst dit. Met een wenk naar de komende decemberdagen van boeken cadeau doen: ‘Nouri’ is een geschenk, dat het mooie een vreugdevol voetbalbestaan laat uitlopen op de betrekkelijkheid van een geruïneerd leven. In januari wisselen wij onze leeservaringen omtrent ‘Nouri’ hier met elkaar uit.

Henk Spaan: ‘Vanaf zijn negende jaar volgde ik hem. Steeds vaker ging ik naar De Toekomst omdat zijn buitengewone talent mij en een groeiend aantal bewonderaars het huis uit lokte als mooi weer na een lange winter. Elke keer als ik hem had zien spelen kletste ik mensen de oren van het hoofd over zijn heldendaden, tot het moment dat ze op zoek gingen naar een andere gesprekspartner. Nou wisten ze het wel van die Abdelhak Nouri. Helaas zullen ze het nooit echt weten. Hoe goed hij was, is nu alleen nog maar te zien op filmpjes van YouTube en te horen via overlevering. In dit boek tracht ik een zo volledig mogelijk beeld te geven van de virtuositeit en de potentie van de voetballer Nouri. Ook zal ik proberen te schetsen hoe hij was als persoon, hoe hij zich ontplooide op de club 6 en op de pleintjes in zijn buurt. Een van zijn trainers, Casimir Westerveld, noemt hem in dit boek een ‘totale jongen’. Er viel dan ook weinig tot niks op hem aan te merken. In dit voetbalboek staat niets over drank of drugs. Niet alleen kon Nouri extreem goed voetballen, ook was hij een voorbeeld voor zijn medespelers en vooral voor zijn generatie en buurtgenoten in Amsterdam Nieuw-West. Al vroeg was hij zich bewust van zijn rol in Geuzenveld-Slotermeer, het rolmodel dat hij zou kunnen worden en iets later in zijn puberteit ook daadwerkelijk was. Ondanks een ongecompliceerd vertrouwen in zijn eigen capaciteiten, schepte hij nooit op. Zijn talent sprak voor hem voor zich, in alle bescheidenheid die nooit een valse indruk wekte. Hij was gelovig op een vanzelfsprekende manier, hij bad op de daartoe voorgeschreven momenten thuis en later ook bij Ajax waar zijn groeiende status hem in staat stelde om zich een plek te verwerven waar hij en medespelers die er behoefte aan hadden hun bidmatjes konden neerleggen.

Dit boek is geen klassieke biografie. Mijn bedoeling is een eerbetoon te brengen en een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld te schetsen van een jonge voetballer die het slachtoffer zou worden van het noodlot. Of dat misschien voorkomen had kunnen worden, ligt buiten het kader van dit verhaal. Aan de medische en juridische aspecten heb ik me zo min mogelijk gewaagd. Het aanvankelijke conflict tussen Ajax en de familie Nouri wordt hoogstens aangestipt. Wel moet het me hier van het hart dat het inschakelen van een letselschadeadvocaat door de familie, waarover sommigen hun wenkbrauwen fronsten, is gebeurd op aanraden van Eberhard van der Laan, toen nog burgemeester van Amsterdam, die zich het lot van Appie en zijn familie, zo kort voor zijn eigen dood, had aangetrokken. Ik heb me beperkt tot het beschrijven van de korte loopbaan van de voetballer Abdelhak Nouri en van de buurt waarin hij is opgegroeid. Dat heb ik gedaan op basis van wat ikzelf heb gezien als hij op het veld stond, of bij trainingen, en aan de hand van de gesprekken die ik heb gevoerd met allerlei mensen bij Ajax, met vrienden en familie in Geuzenveld en met leraren op het Calvijn College in Slotervaart waar Nouri naar school ging en later bleef komen als ‘ambassadeur’. Het was hartverwarmend om te merken hoe de mensen die ik wilde spreken zich voor me hebben opengesteld en zonder terughoudendheid over hun zoon, broer, pupil, medespeler, buurtgenoot of leerling hebben gesproken. Die deuren zwaaiden open door simpelweg de naam van Nouri te noemen. Zijn buurt was mijn buurt. Ik ben opgegroeid in Amsterdam Slotermeer, dat nu behoort tot stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer, een naam in de verkeerde volgorde want Slotermeer was er eerder. Dat heb ik Appie weleens verteld. Dat ik dat wist omdat de straten van Slotermeer voor mij even vertrouwd waren als die van Geuzenveld voor hem. ‘U komt uit Slotermeer?’ vroeg hij. Daar klonk ongeloof in door. Iemand die in de krant schreef, die op de televisie was, die beroepsmatig bij Ajax kwam, zou uit zijn buurt komen? En of ik daar ben opgegroeid. In dit boek zal ik niet alleen het spoor terug volgen van een jongen die volgens mij de meest talentvolle voetballer was die Ajax in decennia heeft gezien, ook blik ik terug op die wijk, Nieuw-West, waarvan ik – bevooroordeeld door buurtchauvinisme – geloof dat er in meer dan vijftig jaar niks fundamenteels is veranderd. Gek genoeg had ik allang met Abdelhak Nouri afgesproken ooit een boek over hem te schrijven. Dat was in een tijd dat zijn toekomst van alles beloofde: bekers, kampioenschappen, doelpunten en glorieuze passes, verkiezingen tot Speler van het Jaar, Gouden Ballen, Gouden Schoenen, gouden bekers, totdat op 8 juli 2017 al die goudklompjes onherroepelijk werden meegevoerd in de plotselinge stroomversnelling van een hartritmestoornis.’

Tot slot geef ik u de tekst van de uitgever Ambo/Anthos op de omslag: ‘Vanaf zijn negende jaar volgde journalist en schrijver Henk Spaan hem al. Hij is er zeker van dat Abdelhak Nouri de Europese top zou hebben bereikt als hij op 8 juli 2017 in een oefenwedstrijd tegen Werder Bremen niet in elkaar was gezakt, met ernstige hersenschade tot gevolg. In ‘Nouri’ probeert Henk Spaan een zo volledig mogelijk beeld te geven van de virtuositeit en de potentie van deze uitzonderlijke voetballer. Spaan zocht hiervoor alle mensen op die belangrijk zijn voor Appie: van zijn vader, broer Mo, eerste trainers, medespelers als Donny van de Beek, Léon Bergsma, Noussair Mazraoui en Stevie Bergwijn tot jeugdvriend Yassine Zakir. Nouri en Spaan delen een gezamenlijke geschiedenis: beiden groeiden op in de Amsterdamse wijk Geuzenveld- Slotermeer, waar het straatvoetbal al meer dan vijftig jaar hoogtij viert en waar Nouri uitgroeide tot supertalent. Hij was niet alleen de jongen die alles met een bal kon, hij was door zijn warme persoonlijkheid ‘de totale jongen’. Zijn uitzonderlijke gave maakte Nouri van iedereen. Dit boek, tot stand gekomen met medewerking van de familie, moest er komen om de herinnering aan de voetballer Nouri levend te houden.’