Column

Wanneer kun je beginnen?

PAPENDRECHT – Piet Kaptein legt voor u een boek in de etalage dat illustreert dat de werkelijkheid niet te verzinnen is, dat de realiteit de illusie overstijgt, dat de sprookjes nog op de aardbol rondzweven.Hij heeft het over de 384 bladzijden tellende paperback ‘Wanneer kun je beginnen? van Beck Dorey-Stein en Boekerij met de ondertitel ‘Als je eerste echte baan bij Obama in de Oval Office is’.

Het geestverruimende non-fictieve boek is opgedragen aan ‘Voor de strijdlustigen’ en toont de locatie uit de titel op de omslag. Ik wil met u de komende weken een verkennende tocht door dit boek van belang maken en als richtingwijzers geef ik mee de tekst van de uitgever op de omslag, het begin van een interview van Aaf Brandt-Corstius en de proloog. Boekerij: ‘Een modern, waargebeurd sprookje vol drama, liefde & vriendschap – maar dan in het beroemdste kantoor ter wereld! Beck is 25 wanneer ze in 2012 per ongeluk in het Witte Huis belandt. Ze is net in Washington DC komen wonen en probeert zo goed en zo kwaad als het gaat rond te komen. Tot ze op een dag online een vacature vindt die – funny story – een vacature blijkt voor stenograaf in het Witte Huis. Van de een op de andere dag maakt ze onderdeel uit van het eliteteam dat de president overal volgt, met een vast plekje in Air Force One. Het Witte Huis omvat een compleet nieuwe wereld vol glamour, drama, intriges en protocollen, maar het blijkt ook gewoon een kantoor, met leuke en minder leuke collega’s. Beck beschrijft hoe ze de hele entourage leert kennen van Barack Obama, vriendschappen sluit en ook nog eens verliefd wordt op de rechterhand van de president die, net als zij, al bezet is. ‘Wanneer kun je beginnen?’ is het waargebeurde verhaal van een jonge vrouw die onwaarschijnlijke vriendschappen sluit, haar hart verpandt, haar stem ontdekt en leert wat er echt toe doet tijdens haar eerste échte baan. In het Witte Huis. Aaf Brandt-Corstius in ‘Sir Edmund’ van de Volkskrant van 29 september. ‘Met Obama in het zweethok. Beck Dorey-Stein hing vijf jaar lang aan de lippen van Barack Obama – als zijn stenograaf. Ze werden maatjes tijdens hun ochtendsessies in de gym. Gouden materiaal voor een boek dat nu in het Nederlands verschijnt. Beck Dorey-Stein was 25, altijd blut. Ze woonde in Washington DC en combineerde vijf parttimebaantjes, waarmee ze toch vaak net niet de huur kon betalen. Toen zag ze een vacature voor een baan als stenograaf bij een advocatenkantoor. Ze schreef een mail, werd uitgenodigd voor een gesprek, maar zegde dat af omdat het tijdens haar werktijd bij Lululemon was, de yogaklerenwinkel waar ze een van haar vijf banen had. Maar toen kreeg ze een mail van Bernice, de vrouw met wie ze het sollicitatiegesprek zou hebben. ‘ Ha Rebecca, ik begrijp dat je het druk hebt. In het kader van de transparantie wilde ik je even laten weten dat het om een baan in het Witte Huis gaat en dat je de president vergezelt op zijn nationale en internationale reizen. Laat me even weten of dit iets uitmaakt. Dit soort volstrekt ongeloofwaardige dingen gebeurt alleen in boeken en films. En in het leven van Beck Dorey-Stein, die na ontvangst van deze bizarre mail vijf jaar als stenograaf voor Obama zou werken (en twee korte, helse maanden voor Trump). Ze schreef er een boek over, ‘From the Corner of the Oval’, nu vertaald als ‘Wanneer kun je beginnen? Met ondertitel ‘Als je eerste echte baan bij Obama in de Oval Office is’. Het boek wordt ook verfilmd, en als je Dorey-Stein als filmtype zou beschrijven, is ze honderd procent Reese Witherspoon. Blond, grappig, hagelwittetandenlach, complimenteus, beweeglijk, roze gympen en een ketting met een enorme gouden krokodil om haar hals.

Beck Dorey-Stein: ‘Op een avond als deze wacht ik op de stem van God. President Obama kan nu elk moment een verklaring afleggen in de East Room van het Witte Huis. Eén parkeerterrein, drie gangen en vijf opwaartse trappen verder lig ik op de bank in mijn kleine kantoor in het Eisenhower Executive Office Building, dat door de ondergaande zon in ontvlambaar oranje gehuld is. De stem van God is de anonieme persoon die de president aankondigt. Ik wacht tot ik hem hoor. Dat kan nu elk moment gebeuren. Ik ben echt heel erg goed geworden in wachten. Herinner je je die zeldzame avonden uit je jeugd nog, waarop je na het avondeten weer naar school ging voor een muziekuitvoering of een toneelstuk? Dat je dan voor je ouders uit langs je ingeslapen klaslokaal op het geluid van lachende kinderen en tot stilte manende leerkrachten afrende? Elke stap pulseerde van kinetisch kattenkwaad en je hart ging tekeer omdat je op zo’n magisch tijdstip op deze gewijde plek was. De hoek om naar de gang van de grote kinderen en daar waren ze, al je vrienden. Ze stonden al klaar in hun zwarte broek en witte overhemd, en gebaarden dat je erbij moest komen staan, want vanavond kon er van alles gebeuren. Je was op de juiste plek. Eindelijk hoor ik de stem van God en loop naar de tv waarop de beelden van de bewakingscamera’s te zien zijn om het geluid harder te zetten. Een minuut later verschijnt de president op het scherm. Hij maakt grapjes en laat zijn karakteristieke pauzes vallen, voordat hij het onderwerp van de avond aansnijdt. Hij spreekt eloquent, rustig en oprecht. Applaus overstemt de president als hij God vraagt zijn publiek en de Verenigde Staten van Amerika te zegenen. Ik typ de transcriptie, lees die door en stuur het bericht naar de persvoorlichtingsdienst, waarna ik mijn jack dichtrits, mijn rugzak omdoe en de houten deur van mijn kantoor achter me sluit. Het is na negenen als ik door de verlaten gangen loop. De zwartwitte marmeren vloer weergalmt van de geheimen en opwindende mogelijkheden.

De afgelopen vijf jaar was dit mijn thuis. Al die tijd was dit de enige plek waar ik wilde zijn. Nu niet meer. Sinds november voelt elke dag hier als een begrafenis. Ik heb het gebouw voor mezelf; zelfs de schoonmakers in hun blauwe schorten zijn ergens anders met hun zware karretjes. Deuren die op een kier zijn blijven staan, onthullen lege bureaus, kale muren, leeggehaalde zwarte lijsten en stapels papier naast overstromende prullenbakken. Elke kamer is een schematische voorstelling van een andere fase van een onvermijdelijke echtscheiding. Ik loop door de trage automatische glazen deuren van het eeob de kille duisternis van de zoveelste januarinacht in. Vanaf de bovenkant van de trap zie ik groepjes mensen treuzelen onder een straatlantaarn na hun rondleiding door de West Wing. Het holle getik van het touw tegen de vlaggenmast is het enige wat ik hoor. Deze plek voelt nu al meer als een monument en minder als de goed geoliede machine die ik heb leren kennen. Een volle maan balanceert vlak boven het Witte Huis als een vlag die halfstok hangt. Dit is mijn school. Dit is mijn bedeplaats. Dit is mijn alles, en het verdwijnt met elke verstrijkende dag. Ik loop langs zijn auto en strijk met mijn vinger over de bumper in de wetenschap dat beveiligers toekijken vanuit hun stationair draaiende SUV’s. Nadat ik de nieuwe bewaker die is opgezadeld met de nachtdienst gedag heb gezwaaid, scan ik mijn badge, hoor achtereenvolgens gezoem, de klik en het gekreun van het hek, en loop een verlaten Pennsylvania Avenue op. Deze plek. Deze plek kan je een gebroken hart opleveren. Iedereen blijft maar praten over het eind, maar ik ga steeds weer terug naar het begin’.