rtv Papendrecht

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte

Oscar

E-mailadres Afdrukken PDF

De 125 bladzijden van de roman nam ik dit weekend na een tocht over bevroren water, langs witte velden, onder blauwe hemel en op geslepen ijzers tot mij. Ik heb het over ‘Oscar’ van Jan Siebelink en van uitgeverij De Bezige Bij met de opdracht ‘voor J.L.W. van der Haas, als postuum eerbewijs’.

Ook nu weer heeft de alom gevierde auteur zich laten inspireren door de historische werkelijkheid, namelijk door een belevenis van zijn schoonvader in de Tweede Wereldoorlog. Van der Haas werd na 15 mei  1940 als jonge officier op een geheime missie van Zeeland naar Duinkerken gestuurd. Dit was vanuit Zeeuws-Vlaanderen nog te doen omdat die regio Nederland nog  als enige vrij gebied op het moment van capitulatie restte. Er werd in die contreien gewoon  enkele dagen doorgevochten, omdat die provincie onder Frans bevel stond en de Nederlandse regering en koningin Wilhelmina hoopten van daaruit ons land te heroveren op de Duitsers.

Ik ambieer literaire werken die hun roots vinden in beleefde realiteit. Om een relevant item te noemen: in 2005 was daar Siebelinks bestseller ‘Knielen op een bed violen’ en o,a, op de meetings naar aanleiding daarvan in de Morgensterkerk bleek nog eens overduidelijk uit de voordracht van de schrijver himself hoe hij zich bij het concipiëren van die illustere roman liet leiden door zijn eigen jeugdervaringen. Met als locatie vooral zijn vaders bloemkwekerij in Velp. Op de papieren omslag van ‘Oscar’ prijkt de notitie van ‘roman’ als aanduiding van het genre. Liever heb ik het hier over een novelle, want het korte verhaal cirkelt om een thema, namelijk de ménage á trois, dus de driehoeksverhouding tussen het personage dat van binnenuit beschreven wordt Oscar van Kervel, zijn enige, beste vriend Id Bodein en diens echtgenote Esmée. De drie treffen elkaar als docenten Engels in de jaren dertig op een gymnasium in Den Haag.

Ik wil alleen de entree van ‘Oscar’ vertellen om voor u de spanning erin te houden. Maar eerst dit. Het omslagbeeld laat een detail van ‘Korenveld onder onweerslucht’ van Vincent van Gogh zien. Nu meldde recent de Volkskrant onder het kopje ‘Van Gogh als omslag (bis)’ dat er sprake is van een doublure, want ook ‘De graanrepubliek’ over de roerige landbouwgeschiedenis van het Oldambt van Frank Westerman en van Amstel Uitgevers met label Olympus kent eenzelfde outfit. Want de omslagillustratie erop wordt ook gevormd door het blauw van de lucht en het geel van het graan gesignaleerd en in verf geklonken  door Vincent van Gogh in 1890 te Auvers-sur-Oise In ‘De graanrepubliek’ wordt echter  als bron vermeld ‘Korenvelden onder wolkenluchten’. Om het nog wat ingewikkelder te maken: Wikipedia heeft het over ‘Korenvelden onder dreigende luchten met kraaien’. Ik ga navraag doen, dus over deze wat vreemde gang van zaken hoort u nog.

Onze novelle heeft als startpunt het wedervaren van officier Oscar van Kervel  die in 1945 vanuit Londen naar  Den Haag is gekomen om de familie te condoleren  van een tijdens  de oorlog gesneuvelde collega en vriend Id Bodein, wiens herbegrafenis een dag later  op Oud Eik en Duinen zal geschieden. De beschrijving van zijn tocht vanuit de jeep  naar het pand aan de Groot Hertoginnelaan wordt onderbroken door twee zinnen die de toon voor het verdere verloop zetten. Ik citeer: ‘Oscar liep langzaam, hield zijn passen steeds meer in, bleef staan en hoorde het formidabele mitrailleurvuur van toen. Dat was in een eerder leven, leek het, in een vorig bestaan, in een onmogelijk verleden. … Wat kon die kist aan stoffelijke resten bevatten? Ids hoofd was na de schietpartij nauwelijks als hoofd herkenbaar geweest. Nog even en hij zou Esmée begroeten. Hoe zou ze hem tegemoet treden?’ Gesuggereerd wordt dat Oscar door het verleden belaagd wordt.Bij de kist dralende haalt Oscar uit de binnenzak van zijn uniformjas twee foto’s. Een liet hem met Id zien in het uitgaanstenue van vaandrig voor de ingang van het imposante Grand Hôtel du Commerce in Vlissingen. Op de andere staan beide vrienden uitdagend, sigaret wat achteloos tussen de lippen, aan weerszijden van een legervoertuig. Hij legt de foto’s op de kist en zegt tegen de ontredderde Esmée: ‘Het is verschrikkelijk. Er zijn geen woorden voor. Wie had dat kunnen bedenken?’ Oscar kust de weduwe en als hij dat opnieuw wil doen weert zij hem af. Hardhandig wordt hij door anderen aan zijn schouders weggevoerd. Vanuit Londen verontschuldigt hij zich schriftelijk voor zijn gênante gedrag, Esmée reageert niet maar belt hem na enkele weken op met de vraag haar te vergezellen naar Noord-Frankrijk. Zij wilde de plaats zien waar haar man was omgekomen en de weg volgen die hij met zijn vriend had afgelegd. Om een  compleet beeld te krijgen. Onderweg vertelt Oscar over de speciale missie die hij en Id in Zeeland in de meidagen kregen. Zij moesten  vijf miljoen Nederlandse guldens uit de kluizen van de Nederlandsche Bank in Middelburg via Duinkerken naar Londen brengen. Het geld zat in twee zwarte koffers, verdeeld over achthonderd linnen zakjes. Op de rede van de stad zou een schip gereedliggen om het vriendenduo naar Engeland te brengen. Oscar en Id zijn dus gedoemd om het met elkaar goed te vinden. Er was echter een kink in de kabel. Oscar is niet alleen de vriend van Id, maar ook diens rivaal in de liefde. Oscar was de gewezen minnaar van Esmée voordat zij vlak voor de oorlog met Id trouwde. Hij toonde niet de durf om zijn lopend huwelijk met Bettie te verbreken, hoewel Esmée zijn ultieme liefde vormde. Op weg naar de kust met de vijand in de rug confronteren de twee vrienden elkaar met de gezamenlijke obsessie voor één vrouw. U als lezer voelt het onheil aankomen.

Het gaat niet aan dat ik u het verloop van het door Siebelink deels opgerakelde verhaal vertel. Om u de smaak van zijn proza te pakken te laten krijgen ga ik hem echter wel met een passage citeren. U zult dan met mij onder de bekoring geraken van zijn verteltrant die hij vooral goed hanteert als hij de verwarring, de desoriëntatie, de chaos, het macabere van de oorlog, de vervreemding aan het front verwoordt. Jan Siebelink is en blijft voor mij een groot en groots literator.

Siebelink: ‘Hij zag in zijn herinnering de witte krijtgrond die door het gras heen stak, raketgras scherp als een mes, dat oneffen, zanderige terrein met die solitaire boom. Daaronder hun auto, de in legergroen gespoten Citroën met rechts op de motorkap dat strakke, wit-blauwe vaantje van het Commando Zeeland. Terwijl Esmée het oude havenhoofd op liep, keek Oscar, in gedachte, naar zijn vriend, die nerveus om de auto heen draaide, het camouflagenet terugsloeg, de motorkap opende. Hij controleerde het oliepeil. Oscar was op dat moment, tegen de glooiing van een lage zandheuvel, bezig zijn revolver uit elkaar te halen. Hij legde achtereenvolgens sluitveer, patroonmagazijn en kobaltblauwe loop op een poetsdoek. Oscar en Id waren tijdelijk ondergebracht op een strook no man’s land, vlak achter strand en zeeweg, die was afgezet met versperringen van prikkeldraad en struikeldraadlichtseinen, tussen groen gemeniede piketposten. De stad Duinkerken lag een kilometer of drie verderop. Nu en dan verscheen een motorrijder van de Engelse Militaire Politie, die hen tot een tien meter naderde, een blik op hen wierp en weer verdween, Eén keer per dag, tegen de avond, bracht een MP’er eten en drinken, als aanvulling op de noodrantsoenen die ze hadden meegekregen. Ze werden in de gaten gehouden. Vanaf het lage duin waarop Oscar zat, keek hij in de richting van de zee. Links van hem kon hij in de heiige lucht met enige moeite de witte kathedraal van de stad onderscheiden.

‘Duinkerken, Dunkirk, Dunkerque’, zei hij zacht tegen zichzelf, In andere tijden was het een berucht zeeroversnest en in de afgelopen dagen was het even berucht aan het worden. Burgers en soldaten, opgejaagd door naderende Duitse troepen, probeerden via Duinkerken Engeland te bereiken. Het was tot nu toe maar weinigen gelukt. De Engelsen leken de stad in handen te hebben en te bepalen wie scheep ging. In de verte lag de zeeweg waarop dag en nacht de vluchtenden voorttrokken, in zuidelijke richting.’

Met mijn leerlingen havo/atheneum nam ik heel wat brokken proza en poëzie op. Een van mijn trucs was daarbij de lui te laten zoeken naar prospectieve, vooruitwijzende aspecten, want die zouden wel eens spanning kunnen oproepen. Gaat u in ‘Chaos’  maar eens letten op het woord  revolver. Tot slot: mijn militaire dienstplicht eindigde ik als luitenant en Siebelink roept die periode in mij weer op. Dat doet hij ook met wat de natuur etaleert. Dat laat ik u   een andere keer zien.

Piet Kaptein

 

Laatst aangepast op Vrijdag 10 Februari 2012 10:25  

Klik hier voor meer informatie.
Proserve: we keep your company online!
Dennis van Klaveren
Willaerts Bar - Restaurant
SCH Computers en Automatisering
Frameless Spanraamsystemen
Frameless Spanraamsystemen
Autobedrijven van Wijngaarden
Your ad here
Gracon: Atelier voor woningtextiel
We hebben 17 gasten online