Vlees, ik hou er van. Alleen al van de geur. Als ik als kind uit school na het voetballen even voor het avondeten thuiskwam dan ging ik op de bank zitten om een kwartier lang te snuiven van het heerlijke stuk dat in de Croma lag te sudderen.

Vandaag eet ik een gehaktbal met Bretonse kruiden, een rookworst waar je zo lekker met je vork in kunt prikken zodat het sap eruit sist, ik leg hem recht en maak met drie prikken een boter, kaas, en eierenpatroon. Negen kleine IJslandse geisertjes spuiten omhoog.

Vervolgens, een kippenpoot met lekker bruin vel dat er al los bijhangt. Ik wacht even tot ik hij koel genoeg is om hem bij het bot te pakken en dan eet ik hem uit het vuistje waarbij het sap zo heerlijk langs mijn kin naar beneden sijpelt. Ik weet dat mijn halve gezicht nu glimt maar dat ziet nu toch niemand.

Daarna meteen een biefstuk, kleintje maar hoor maar nog een beetje rauw zodat het sap nog rood is. Ik scheur het met mijn handen in stukken en als ik zie hoe vies mijn vingers zijn besluit ik om hem dan maar helemaal met mijn handen op te eten. In een restaurant durf ik geen rauwe biefstuk te bestellen omdat ze die meestal toch weer net te veel door bakken. Doe ik dus liever zelf.

Beste lezer, ik kan u geruststellen. Het vlees is nep. Maar dat is niet erg, want echt vlees is verschrikkelijk slecht voor hart- en bloedvaten.