Terug van reddingsmissie in Venezuela: Jan-Willem hielp mee na aardbevingen

0
5
Foto's Pexels/privé

Door Sara Zwijnenburg
Hoe zoek je naar mensen onder het puin na heftige aardbevingen? Jan-Willem de Jonge uit Dordrecht vertrok naar Venezuela, samen met ruim zestig andere hulpverleners van USAR Nederland. Daar werkte hij mee aan de reddingsoperatie na de zware aardbevingen die het land troffen op 24 juni.

Het is eind juni als het Zuid-Amerikaanse land kort na elkaar getroffen wordt door twee bevingen met een kracht van 7,2 en een kracht van 7,5. Op dat moment gaan in huize De Jonge min of meer alle alarmbellen af. “Mijn vrouw geeft aan dat ik al weg ben op het moment dat de melding komt”, blikt Jan-Willem terug op dat bewuste moment. “Maar ze begrijpt het helemaal. Mijn kinderen vinden het wel wat lastiger.”

Jan-Willem (44) is hulpverlener in hart en nieren. Als professioneel brandweerduiker en leidinggevende werkt hij al jaren bij de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid. De laatste zeven jaar is hij ook betrokken bij USAR (Urban Search and Rescue). Dat is een gespecialiseerd reddingsteam dat wordt ingezet bij grote rampen, zoals aardbevingen en ingestorte gebouwen.

“De reddingswerkers bestaan uit verschillende groepen. Zo hebben we mensen vanuit de politie, brandweer en zorgpersoneel. We vullen elkaar goed aan”, vertelt hij. Volgens hem is de samenwerking binnen het team een voorbeeld van hoe hulpverlening eruit zou moeten zien. “Met zo’n team zoveel mensen kunnen redden, voelt goed.”

Reddingswerk
Eerder al bood hij die hulp bij de aardbevingen in Turkije in 2023. En ook nu is hij een van de 64 hulpverleners die vanuit Eindhoven met een militair vliegtuig naar het rampgebied vliegt. 

In Venezuela zelf kreeg iedere reddingsgroep op aanwijzing van de centrale organisatie een gebied toegewezen waar gezocht moest worden naar mogelijke overlevenden. Daarbij werken zij onder andere met hulphonden die speciaal getraind zijn om levende mensen onder het puin op te sporen.

Eigen grenzen
Tijdens deze uitzending leert hij vooral dat hij beter zijn eigen grenzen moet bewaken. In vergelijking met zijn eerdere inzet in Turkije, merkte hij hoeveel invloed het klimaat kan hebben op het werk. “Het was daar warm en vochtig. Je wilt het uiterste geven, net zoals we eerder hulp verleenden in Turkije, maar soms gaat dat gewoon niet.”

Van mensen uit zijn omgeving krijgt Jan-Willem regelmatig te horen dat zij dit werk zelf nooit zouden kunnen doen. “Mensen zeggen vaak dat ik knap werk uitvoer.” Toch blijft hij het werk met veel overtuiging doen en zou hij graag nog vaker op missie gaan.

Dankbaarheid
“Je merkt dat je mensen echt helpt. Wanneer wij op zoek gaan naar levende slachtoffers, zien we vaak dat familieleden en kennissen met eigen gereedschap al proberen te zoeken. Wij werken met hulphonden, die kunnen aangeven of er nog levende mensen onder het puin liggen.

Hoe langer zo’n zoektocht duurt, hoe kleiner de kans wordt op het vinden van overlevenden. Ondanks de inzet van hulpverleners van over de hele wereld zijn er nog altijd tienduizenden vermisten. Het dodental van de aardbevingen in Venezuela is inmiddels opgelopen tot 4500 mensen.

“Het is hartverscheurend om mensen te moeten vertellen dat er niemand meer levend onder het puin ligt”, kijkt Jan-Willem terug. “Toch blijven ze vaak ontzettend dankbaar. Ze bieden ons eten en drinken aan, terwijl wij ons juist zorgen maken of zij zelf wel genoeg hebben.”

Debriefing 
De missie werd begin juli beëindigd, omdat de kans om nog iemand levend onder het puin vandaan te kunnen halen te klein was geworden. Na een uitzending als deze is het volgens Jan-Willem belangrijk om tijd te nemen om tot rust te komen en de ervaringen te verwerken. Na de vorige missie verbleef het team twee dagen in Spanje, deze keer was dat op Curaçao. 

“Dat voelt raar en ergens ook heel tegenstrijdig”, vertelt Jan-Willem daarover. Maar het is volgens hem belangrijk om even te ontladen. Daarnaast is er vanuit USAR een speciaal programma om hulpverleners na een missie te begeleiden. Tijdens bijeenkomsten kunnen collega’s met elkaar praten over wat zij hebben meegemaakt. Ook is er een psycholoog aanwezig voor wie daar behoefte aan heeft.

“Op deze manier hoeven wij het niet als last op onze schouders mee naar huis te nemen en ons gezin ermee te belasten”, besluit Jan-Willem.

Volg ons ook op ons WhatsApp kanaal: https://whatsapp.com/channel/0029VaoRvYF6rsQtr0tBRu3u