Met wit poeder onder de neus zwaait Miran (26) met zijn blote leuter: ‘Ik schaam me te pletter’

0
6
Foto's ter illustratie © Pexels/Flickr

Door Ingrid Smits
Inwoners van Rotterdam-Zuid schrikken zich rot als ze maart een half ontklede man op straat zien die zijn jongeheer heen en weer slingert. Het is Miran, totaal in de war. Als een agente hem oppakt, zegt de Rotterdammer dat hij seks met haar wil en dat ze zijn ballen moet likken. Bij de rechter blijkt dat ongeremd gedrag niet het enige probleem is waar Miran mee worstelt.

Wat er gebeurde op dinsdag 24 maart dit jaar, rond de Slaghekstraat in Rotterdam-Zuid? De 26-jarige Miran kan het zich niet heugen. “Ik had drugs gebruikt”, zegt hij. “Cocaïne en wiet. Dat is een slechte combi.”

Sletje
De politievrouw die aangifte tegen hem deed, heeft het voorval nog wel helder op het netvlies. “Ik ben heel wat gewend en kan wel tegen een stootje”, verklaarde zij, “maar nu voelde ik mij zó beledigd.”

Als de agente Miran met ontbloot onderlijf van straat plukt, schreeuwt hij dat ze een sletje is. Hij wil haar neuken en tussen de benen likken. En zij? Zij moet iets soortgelijks doen met zijn ballen. “Ik schaam me te pletter”, zegt Miran deze middag zachtjes tegen de rechter.

In de rubriek Opmerkelijke Zaken doet Ingrid Smits elke zaterdag verslag van een rechtszaak in de regio Rijnmond. Deze keer draait het bij de politierechter in Rotterdam om belediging van een ambtenaar. De naam Miran is een pseudoniem. Hoe hij in werkelijkheid heet, is bekend bij de redactie.

Schizofreen
Miran is een kleine, beetje gezette man met zwart stekelhaar en een stoppelbaard. Hij komt uit een gezin met drie kinderen, van wie er twee de diagnose schizofrenie hebben gekregen. Een aandoening die gepaard kan gaan met psychoses en verward gedrag. Drugs maken de problemen vaak nog erger.

De rechter – geen type voor omfloerst taalgebruik – stelt vast dat de verdachte in maart behoorlijk van het padje was. “U liep met uw leuter in uw hand en was daarmee aan het zwaaien.”

“Ik kan het me niet meer herinneren”, herhaalt Miran. “En ook niet wat ik allemaal heb geroepen.”

Restjes wit poeder
“Volgens de politie kwam er geen zinnig woord meer uit u”, gaat de rechter verder. “U was agressief en ze hebben u op straat een paar minuten tegen de grond moeten klemmen. Op het politiebureau bent u in de isoleercel gezet, met restjes wit poeder onder uw neus. U zei toen dat u een klein feestje had gehouden.”
“Ik was net uit de gevangenis”, zegt Miran.

De verdachte blijkt in vast te hebben gezeten voor poging tot verkrachting van zijn toenmalige vriendin. Een rechtbank in Brabant sprak hem vrij. Maar het Openbaar Ministerie was het daar niet mee eens en tekende hoger beroep aan. Dat proces moet nog komen.

Traumatherapie
Dan vertelt Miran over een gebeurtenis, die hem diep heeft geraakt. “Toen ik in de gevangenis zat, is mijn broertje overleden.”
“Hij heeft zelfmoord gepleegd”, verduidelijkt zijn advocaat.
Miran: “Ik kon slecht tegen dat het lege bed dat ik opeens bij mijn ouders thuis zag. Daardoor ging ik weer drugs gebruiken.”
De rechter: “Had u in plaats van die drugs niet beter om hulp kunnen vragen?”
Miran: “Mijn broertje heeft dat gedaan. Maar toch liep het verkeerd af.”
De rechter: “Bij de politie heeft u ook gezegd: ‘Het boeit me allemaal niet meer.’ En: ‘Ik wil dat mensen mijn pijn zien.’”
Miran: “Ik heb nooit mezelf kunnen zijn, mevrouw de rechter.”

De rechter: “Bent u nu onder behandeling?”
Miran: “Ja. Ik krijg trauma-therapie.”
De rechter: “En gebruikt u nog drugs?”
Miran: “Alleen wiet. Dat heb ik nodig. Verder ga ik niet meer experimenteren.”

Zeiken over urinecontrole
Miran wordt sinds twee maanden behandeld bij Fivoor, een organisatie die mensen met een psychiatrische stoornis probeert te stabiliseren. Zijn begeleider is ook naar de rechtbank gekomen. Hij vertelt dat de urine van Miran twee keer per week wordt gecontroleerd. Vaak blijkt dan dat de verdachte nog wel eens een jointje opsteekt. “Daar zit ik dan over te zeiken, hè Miran?”

De begeleider meldt ook dat Miran schulden heeft. “Want gokken en coke snuiven, dat was een dure hobby.” Ook is er strijd geweest over anti-psychosepillen. “Miran voelt zich beter zonder medicatie”, zegt zijn advocaat.

“Soms is het een zoektocht”, reageert de rechter. “Naar een antwoord op de vraag: wat is het beste plan?”

Met papa en mama
“Er is inmiddels een plan voor crisissignalering gemaakt”, vertelt de begeleider. Direct daarna richt hij zich weer tot Miran. “Dat hebben we samen met papa en mama gemaakt.”

De man doet duidelijk zijn best om niet alleen óver zijn cliënt, maar vooral mét hem te praten. De woordkeus doet denken aan Jip en Janneke, en zou een aanwijzing kunnen zijn voor Miran’s denkniveau.

Appartementje op Schiermonnikoog
Naast de begeleider van Fivoor zit een vrouw van de reclassering. Ook zij hoort bij het vangnet dat rond Miran is opgetuigd. Volgens de vrouw zou de verdachte, die momenteel geen eigen huis heeft, het best gedijen bij begeleid wonen. “Maar ja, daar is wel een wachtlijst voor.”

“Wat denk je zelf dat goed is?”, vraagt Mirans advocaat aan zijn cliënt.
“Wonen in het groen”, zegt Miran.
“Oh, u zou wel een appartementje op Schiermonnikoog willen?”, grapt de rechter.
Miran gaat er niet op in. “Groen”, herhaalt hij. “En sporten en muziek.”

Afkeer van dwang
De belediging van de agente is intussen steeds verder naar de achtergrond geschoven. Die komt pas weer aan de orde als de officier van justitie haar strafeis ontvouwt. “Wat er op 24 maart is gebeurd, moet niet nog een keer gebeuren”, zegt ze streng.

De officier is niet uit op een pittige sanctie. Ze wil vooral voorkomen dat Miran opnieuw ontspoort en hem daarom verplichten om contact te houden met de reclassering. Ook moet hij doorgaan met zijn behandeling bij Fivoor. Als stok achter de deur eist ze een voorwaardelijke taakstraf van veertig uur.

Nog één kans
Mirans advocaat breekt een lans voor een ander vonnis. Hij zegt dat Miran vanwege zijn schizofrenie niet veel kan hebben en afkerig is van dwang. In plaats van een batterij aan verplichtingen zou de verdachte daarom liever een taakstraf uitvoeren. En vrijwillig doorgaan met zijn behandeling. “Hij gaat nu twee keer per week naar Fivoor en dat vindt hij erg zwaar. Als de reclassering daar dan ook nog eens bovenop komt…”

De rechter: “Eigenlijk zegt u: overvraag mijn cliënt niet.” De advocaat knikt. Dan, tegen Miran: “Wat wilt u zelf?”

Miran: “Ik wil dat u mij nog één kans geeft, mevrouw de rechter. Bij Fivoor.”

Het vonnis
“U heeft zich schandalig gedragen door aan iedereen uw piemel te laten zien”, zegt de rechter tegen Miran. “Ook heeft u een agente totaal beledigd. Mensen vonden u een engerd. U bent nu 26 en het is tijd om volwassen gedrag te gaan vertonen. En omdat u eerder dan anderen uit de bocht vliegt, moeten we daarbij kunnen ingrijpen.”

Miran krijgt de voorwaardelijke taakstraf waar de officier van justitie om vroeg. Hij moet zich blijven melden bij de reclassering en zijn behandeling voortzetten.

De rechter vindt ook dat Miran, die nu een uitkering heeft, op zoek moet naar werk. En dat de reclassering mag bepalen of een baan al dan niet geschikt is. “Als u zegt: ik ga in een coke-fabriek werken, dan zullen zij roepen: oh nee, dát gaan we niet doen.”

“Deze uitspraak blijft twee jaar boven uw hoofd hangen”, besluit de rechter. “In die tijd moet u ons laten zien dat u het goed doet. Ik wil u hier niet meer terugzien. En uw broek? Die moet u aanhouden.”

Dit bericht verscheen eerder bij onze mediapartner Rijnmond.

Volg ons ook op ons WhatsApp kanaal: https://whatsapp.com/channel/0029VaoRvYF6rsQtr0tBRu3u