Column Peter de Liefde: EK

0
82

PAPENDRECHT – Het Europees Kampioenschap voetbal komt eraan. En Nederland doet weer eens mee. Ik vind het heerlijk. Vooral ook al het gezeik er omheen. Ik wil ook steeds het laatste nieuws weten. Zo heb ik me vandaag al verschillende keren heel eventjes afgevraagd hoe het met de lies van Matthijs de Ligt is. Met name omdat we Virgil van Dijk al missen. Je zorgen maken om een lichte blessure van een speler, dat mag bij voetbal.

Ik verander ook nogal eens van mening. Tot zes dagen geleden was ik een uitgesproken voorstander van het 5-3-2 systeem. Nu Oranje in twee oefenwedstrijden heeft aangetoond dit systeem nog niet te beheersen ben ik al weer om. Veel te moeilijk! Past niet bij ons. Onze backs zijn niet goed genoeg et cetera. Van mening veranderen, dat mag bij voetbal.

Ik neem het ook serieus. Oranjegekleurde prullaria als sjaals, pruiken, shirts, en dergelijke hoef ik niet. Die vind ik eigenlijk een belediging voor de schoonheid en de ernst van het spel. Ze leiden ook af. En samen met andere mensen naar een wedstrijd op TV kijken doe ik alleen als het mensen zijn die ook echt liefhebber zijn. Ze moeten ook net als ik voornamelijk hun mond houden tijdens de match. Een korte tactische mening uiten over het te veel of te weinig inschuiven van een aanvallende back kan ik wel hebben maar een opmerking over reclameborden of de vraag bij welke club een bepaalde speler nou ook al weer vroeger speelde niet. Gewoon niet doen. Leidt te veel af. Ik neem het serieus en serieus zijn dat mag bij voetbal.

Niet dat ik geen emoties toon. Juist wel. Bij een Nederlandse goal in een belangrijke wedstrijd spring ik op met beide handen in de lucht en schreeuw ik met een diepe ademstoot: ‘Ja!”. Maar beslist niet meer dan dat. Ik houd mijn ogen strikt op de televisie gericht om niets te missen van de herhaling en wil zien hoe hard de medespelers van de doelpuntenmaker juichen en of iedereen weer snel genoeg geconcentreerd is. Dat mag bij voetbal, emoties tonen.

Niet dat ik het niet kan relativeren. Wanneer we een belangrijke wedstrijd verliezen zeg ik één keer GVD en daarna denk ik er niet meer aan praat ik er ook nauwelijks over. En dat mag bij voetbal. Beste lezer, dat laatste is nou juist zo uniek van sport, je mag het heel even het belangrijkste van de wereld vinden en zodra het tegenvalt gewoon zeggen: “ach, het was maar een spelletje!” Ik kijk uit naar het EK!