Hulpactie voor Oekraïense chauffeurs uit Alblasserdam

0
190

REGIO – Oekraïense chauffeurs lieten Laurens Smeets tragische beelden zien op hun telefoon van hun familieleden in Oekraïne. Het raakte de transportondernemer uit Alblasserdam enorm. “Het is hartverscheurend om te zien wat daar gebeurd.” Hij vroeg zijn negentig Oekraïense chauffeurs hoe hij ze kon helpen. Het antwoord: met een toevluchtsoord voor hun vrouwen en kinderen. Dat heeft hij snel geregeld in Polen. Smeets is nu bezig met een inzamelingsactie. Hij hoopt dat ze dit weekend naar Oekraïne kunnen rijden met de eerste vrachtwagen vol hulpgoederen. “We kunnen niet stilzitten en niets doen.”

Bijna alle chauffeurs van Smeets zijn Oekraïners: maar liefst negentig van de honderd. Dat maakt dat de oorlog heel dichtbij komt. De transportondernemer kan alle heftige beelden van explosies en leed niet goed aanzien. Zijn chauffeurs laten de beelden van hun familie zien op hun telefoon. Het raakt hem. “Het is erger dan op televisie.”

De Alblasserdammer richt zich nu helemaal op hulp bieden aan Oekraïne. Hij verzamelt samen met zijn team allerlei hulpgoederen in: antibiotica, babyvoeding, pijnstillers, vitamines, gasflessen, lucifers, kaarsen, EHBO-spullen, powerbanks, zaklampen en bloedtransfusiezakken.

Spullen die broodnodig zijn in het door oorlog getroffen Oekraïne, verzekeren zijn contacten ter plaatse. De bloedzakken zijn al bijna niet meer te krijgen, vertelt de ondernemer per telefoon vanuit Polen. Smeets: “Wij kunnen de Oekraïners niet hulpeloos daar achterlaten. Er ontploffen bommen in de woonwijken van de familie van mijn chauffeurs.”

De verhalen van de chauffeurs raken ook directeur Lucien Stötefalk. Zijn chauffeurs hebben het emotioneel zwaar. “Je zit hier in Nederland als chauffeur, hoort alle verschrikkelijke verhalen uit jouw land en je voelt je machteloos.” Enkele familieleden van chauffeurs zijn nu door Smeets Ferry opgevangen in Polen, maar niet iedereen kan Oekraïne nog veilig verlaten. “Deze mensen werken hard voor ons. We zijn moreel verplicht om hen te helpen.”

Ook deze middag probeert Lucien een praatje te maken met een Oekraïense chauffeur die een trailer komt afleveren. Stötefalk wil hem moed in praten. Maar dat gaat niet zo makkelijk. “Veel chauffeurs spreken alleen Oekraïens en soms Russisch, en dat maakt het lastig om te communiceren. Maar met Google Translate komen we vaak een heel eind! Het geeft de chauffeurs veel steun dat we zo bezig zijn om hun dierbaren te helpen.”

Pensionado’s willen ook rijden
De eerste lading hulpgoederen wordt dit weekend naar Oekraïne gebracht. Een vrachtwagen rijdt vanuit Rotterdam naar het grensgebied van Polen en Oekraïne. Daar zetten ze de spullen over in kleinere wagens. De Oekraïense chauffeurs staan te trappelen om de spullen te brengen. Ook Nederlandse chauffeurs melden zich spontaan aan. “Zelfs gepensioneerde chauffeurs die zeggen: ‘Ik kan echt nog wel rijden. Plan mij maar in!'”

Het transportbedrijf heeft nu vier trailers klaar staan om goederen te vervoeren richting Oekraïne . Laurens Smeets roept andere vervoerders ook op om zelf ook vrachtwagens ter beschikking te stellen voor hulp aan de Oekraïne. “We worden gebeld door andere inzamelingsinitiatieven. Die mensen kunnen geen vrachtwagen krijgen om naar de Pools-Oekraïense grens te rijden. Dit kan niet. We kunnen als transportland de Oekraïners niet in de kou laten staan.”

Smeets zit op dit moment in het Poolse Tzrebinia op zo’n 50 kilometer van Krakau in een vestiging van het bedrijf. Vanuit daar is de ondernemer de hulpactie aan het coördineren. Met hulp van zijn vrouw, zoon en medewerkers. Enkele chauffeurs zijn vertrokken om te gaan vechten in Oekraïne. De rest helpt met de hulpactie. Iedereen is gedreven om de Oekraïners te helpen. “De Oekraïense bevolking en de dappere strijders hebben geen behoefte aan woorden van bezorgdheid. Ze hebben nu onze hulp nodig. Geen woorden maar daden.”

Dit artikel is afkomstig van onze regiopartner Rijnmond.