De Watersnoodramp in Papendrecht

0
595
Foto: Archief Dordrecht

Wat gebeurde er 70 jaar geleden?

door Pieter van Wijngaarden
PAPENDRECHT – Op zaterdagmiddag, 31 januari 1953 stak er een stevige wind op. Het KNMI waarschuwde op de radio voor een tijdelijke zware storm die kon leiden tot gevaarlijk hoog water. Al snel werd duidelijk dat het steeds heviger werd. De dienstdoende meteorologen waren zeer bezorgd en waarschuwden voor het naderende gevaar, maar dat drong niet overal door. Ze hadden de storm al op vrijdagavond in de gaten. Maar niemand dacht nog aan een watersnood, omdat men niets wist over de toestand van de dijken. Men verwachtte wel een zeer zware storm (windkracht 11) met veel schade aan daken en afgeknapte bomen.

Springvloed
Veel haalde de waarschuwing die uitgezonden werd door de Hilversumse radiozenders niet uit, want niet iedereen had een radio of telefoon. Omdat de storm langzaam aanwakkerde tot een noordwesterstorm van windkracht tien (zware storm) raakten steeds meer schepen op de Noordzee in nood. In Zeeland lag het hoogtepunt van de storm om 22.00 uur. De verwachte eb bleef uit, het water stond even hoog als bij een gewone vloed. En dat terwijl niet alleen de vloed nog moest komen, maar ook het springtij, waardoor het water tijdens de vloed nog hoger zou komen te staan. Het springtij in Papendrecht werd verwacht om vier uur ’s nachts. De zware noordwesterstorm zorgde samen met het springtij voor de springvloed.

In de vroege zondagochtend van 1 februari, omstreeks drie uur, loeide in Papendrecht monotoon angstig de brandweersirene. De toestand aan de rivier was kritiek te noemen. De gewaarschuwde gemeenteambtenaren en leden van de vrijwillige brandweer zagen met verbijstering hoe snel het water steeg. Om vier uur werd aan een aantal brandweerlieden onder leiding van Van den Oever gevraagd per auto een verkenningstocht te ondernemen naar het Westeind, Noordhoek en Hoogendijk. Ter plaatse van de loods van aannemer Boele en van Eesteren zag men dat de dijk verderop aan de binnenkant al voor de helft was weggeslagen over een lengte van ongeveer honderd meter. De terugtocht werd uitgevoerd over de rijksweg. De boeren werden gewaarschuwd hun vee naar de dijk te brengen omdat de dijk op het Westeind op breken stond. Sommige zagen het niet zo donker in en keken eerst de kat uit de boom. Het water bleef intussen maar stijgen en stijgen. Omdat de dijk steeds verder afbrokkelde waarschuwde men ook de andere dorpen in de Alblasserwaard.

Foto: Archief Dordrecht

Halfzes
Om halfzes in de ochtend was het zover, met donderend geraas brak de dijk door en bulderde het woeste water de polder in. Er was een gat ontstaan van zo’n 85 meter breed. Met ongelooflijke snelheid steeg het water in de polder. Zij die tijdig hun maatregelen hadden genomen, bleken juist gehandeld te hebben. Anderen kwamen nu tijd te kort en zagen hun schapen, koeien en varkens verdrinken. Gemeentesecretaris J. Migchelbrink vertelde aan journalisten: “Tot nu toe weten wij zeker, dat het bijna twee jaar oude meisje Grietje Johanna, dochter van veehouder Kraal, is verdronken; een 46-jarige man wordt nog vermist. Vermoedelijk is hij ook verdronken”. De vermiste man bleek later Aart Willem Vethte zijn, die pas op 12 maart werd gevonden.

Vanwege de dijkdoorbraak was er in heel Papendrecht geen gas, telefoon, water en elektriciteit meer. Met Sliedrecht werd een overeenkomst gesloten om water met tankwagens te leveren. Ieder gezin kreeg een emmer water uitgereikt.

Gelukkig waren er in Papendrecht pontonniers gelegerd. Zij konden veel bewoners met hun platboomde vaartuigen uit de woningen achter de dijk evacueren. De mensen uit de Veerstoep, Veerweg, Weteringsingel en Boezemsingel die het water 50 tot 150 centimeter in hun woning zagen stijgen konden allemaal worden gered. De meesten waren echter al de dijk opgerend.

Twintigduizend zandzakken
In de bange donkere nacht en in striemende regenvlagen werd er keihard gewerkt door achthonderd dorpelingen om het gat in de dijk te dichten. Er werden twintigduizend zakken zand in het gat gegooid. Tachtig mensen uit Papendrecht moesten worden geëvacueerd omdat hun huis onbewoonbaar was geworden. Anderen konden elders in Papendrecht ondergebracht worden. De schade werd geraamd op driehonderdduizend gulden.

Door een aannemer werden zogenaamde zinkstukken en blokken beton in de bres van de dijk geplaatst en zand aangebracht met behulp van vrachtwagens en zandzuiger. Er gebeurde bijna weer een ramp, toen er tijdens de werkzaamheden een storm opstak die een schip met betonblokken door het gat wierp. Op donderdag kwam er geen water meer binnen, wel moest de afwerking nog voltooid worden. In de Alblasserwaard stond toen nog een groot deel van de polder onder water.