Al jaren broeit het in de straat, dan timmert Bert zijn treiterende buurman Hans op zijn gezicht

0
253

DORDRECHT – “Hij valt mij aan, hij is de aanstichter. Ik wens hem geen blijvend letsel toe. Maar al die achterbaksheid en dat gelieg…” Bert en Hans zijn al jaren geen beste buren. In mei slaan de stoppen door en gaan de buurmannen elkaar te lijf in Gorinchem. Daarbij vloeit bloed. Voor Bert dreigt er nu een enorme rekening.

Nee, gezellig is het niet in de straat in het provinciestadje aan de rand van onze regio. “Zou u het willen uitpraten?”, vraagt de rechter. “Nee, dan komen er toch alleen maar leugens”, antwoordt Bert. “En verhuizen?”, is de volgende vraag. “Nee, ik wil blijven wonen. Ik werk al 22 jaar bij dezelfde werkgever. Ik ben honkvast.”

Bert is duidelijk. Ook al is Hans er niet bij in de rechtszaal, je voelt dat deze twee mannen loodrecht tegenover elkaar staan. De vrede is nog lang niet getekend.

“Hij moet stoppen met het achterbakse commentaar, hij moet stoppen met het parkeergedoe.” Bert vertelt in de rechtbank van Dordrecht dat hij al jaren wordt getreiterd door zijn directe buurman. Die zou zijn auto regelmatig strak tegen die van Bert parkeren en er zou schade zijn gemaakt. Hans zou akelige dingen roepen, Bert publiekelijk afzeiken en zijn kinderen ophitsen tegen de kinderen van Bert.

“Mijn cliënt voelt zich geïntimideerd. De buurman staat voortdurend door de buurt te schelden”, zegt de advocaat van Bert. “Hij dreigt hem op zijn bek te slaan en staat met gebalde vuisten te zwaaien. Wat let mijn cliënt dan één keer niet weg te lopen?”

‘Blijf van m’n vader af!’
We horen deze zitting vooral de kant van Bert en die gaat ongeveer als volgt. Op een zonnige zaterdagmiddag in mei gaat het mis. Met de borst naar voren loopt de boze buurman weer eens naar Bert toe. Er is weer gescholden en ditmaal blijft Bert staan. Hans zou zeggen ‘ik pak je’ en Bert antwoordt meermaals: ‘wil je nou echt gaan vechten?’ De kinderen van Hans staan toe te kijken. De spanning schiet omhoog. Bert geeft Hans een duw als die te dichtbij komt naar zijn zin.

Dan wordt het duwen en trekken en neemt Bert – die aan jiujitsu doet – zijn buurman stevig in de klem. Hij geeft hem daarbij ook een paar klappen. Hans scheurt onder andere zijn lip, breekt een vinger en zegt schade te hebben aan zijn gebit. De kinderen staan ondertussen te schreeuwen: ‘Blijf van m’n vader af!’

Bert is een rustige veertiger, netjes gekleed, normaal postuur. Hij vertelt gedetailleerd over de knokpartij. De politie vraagt na het incident rond op Berts werk en op de sportclub en krijgt overal te horen: dit is werkelijk niks voor hem. Zijn bij Bert na jaren van gedoe in de straat dan toch de stoppen doorgebrand?

De verdachte van mishandeling ontkent met klem dat hij Hans in zijn gezicht heeft getrapt, zoals de officier van justitie zegt. “Ik heb wat korte stootjes gegeven. Toen stopte ik. Hij gaf geen fysieke weerstand meer. Ik heb mijn bril en mijn sleutels gepakt en ben weggelopen.”

Bert wordt niet veel later aangehouden en zit een nacht in de cel. Hij onderbreekt tijdens de zitting soms de rechter en de officier omdat hij het niet eens is met de versie van Hans die zich ronduit aangevallen voelt. “Hij is op me af komen lopen om me wat aan te doen. Er zijn geen bewijzen en er zijn geen foto’s. Hij heeft valse aangifte tegen me gedaan.”

Kopschoppen
“Dit burenconflict speelt al jaren. Maar dit had Hans niet verdiend. Hij is flink te grazen genomen. Maar was het een aanval of was het een verdediging?”, zegt de officier. Een bewoner verklaart dat hij zag dat Bert trapte tegen het hoofd van Hans toen die op de grond lag. “Hij had wat anders kunnen doen. Hij stond vijftien meter verderop. Je moet gewoon weg, de wet is daar duidelijk over. Hij had zich niet hoeven verdedigen. En zeker niet op deze manier.”

Het kopschoppen vindt de officier niet te bewijzen. Hij eist in totaal 100 uur taakstraf onvoorwaardelijk en de helft extra als Bert het nog een keer doet.

Maar de echte consequenties schuilen voor Bert wellicht toch ergens anders. Hans heeft een advocaat naar de rechtszaal gestuurd. Die neemt een lange lijst met gemaakte kosten door. Het gaat onder meer om een wortelkanaalbehandeling, fysiotherapie en gemiste inkomsten. Alleen de laatste claim is al ruim 50 duizend euro. Hans is zelfstandige en heeft naar eigen zeggen maanden achter elkaar niet kunnen werken. Ook heeft Hans mentale klachten, omdat zijn kinderen hem zo machteloos hebben zien liggen.

60 duizend euro
De advocaat van Bert geeft daarom vol gas tijdens haar pleidooi. “Deze twee mensen liggen elkaar niet. De buurman staat ook op de voetbalclub bekend als een vervelende man. Mijn cliënt heeft zich echt moeten verweren. De buurman had die dag op de club vier of vijf pilsjes op. Verder blijkt nergens dat hij meer dan een half jaar niet heeft kunnen werken. Hier is sprake van noodweer en daarom past een straf niet.”

We lopen al flink uit met de zitting en daarom maant de rechter de raadsvrouw tot snelheid. “Maar meneer, dit gaat om een claim van 50 duizend euro. Dit is belangrijk voor mijn cliënt!”, roept ze uit. Ze wil zich niet op laten jagen. Er staat immers heel wat op het spel. Niet alleen als taakstraf papier prikken, maar jarenlang een claim afbetalen.

Het vonnis
“U heeft jaren geprobeerd afstand te houden. Maar elkaar fysiek te lijf gaan, is strafbaar. Dit leert u niet op jiujitsu. Ik heb het opgezocht, dat is een verdedigingskunst. Daarom bent u strafbaar. Het is strafverzwarend dat er kinderen bij waren.” De rechter legt een boete van op van 750 euro. Verder moet Bert in totaal een kleine 900 euro aan smartengeld, reis- en tandartskosten betalen. Als Hans het grote bedrag van de gemiste inkomsten terug wil, moet hij een civiele procedure aanspannen. De rechter vindt die claim te onduidelijk om direct toe te wijzen.

*De namen van de buurmannen zijn om privacy redenen gefingeerd. De redactie van Rijnmond kent hun ware identiteit.

Dit is een verhaal van Maurice Laparlière voor onze mediapartner Rijnmond.