Esther slaat haar man met een tafelpoot

0
355

REGIO – Tussen Esther en haar partner loopt het finaal uit de hand. Ze raakt hem keihard op zijn voorhoofd. Met een tafelpoot. Er vloeit bloed en de politie moet komen. Samen zitten ze vier maanden later in de rechtbank.

Ze draagt een witte blouse, heeft lang donker haar en een tenger postuur. In de Dordtse rechtszaal komt Esther* meteen terzake. “We waren thuis en kregen ruzie. We waren zó hard tegen elkaar aan het schreeuwen. Ik riep: blijf anderhalve meter bij me vandaan! Toen werd het zwart voor mijn ogen. Ik kan me niet herinneren dat ik de tafelpoot heb losgetrapt.”

Esther denkt even na. “Ik kan het me echt niet herinneren. Ik had zoveel pijnstillers op.”

“We hebben heel vaak ruzie, maar nooit zo heftig als deze keer”, zegt Esther. “Het is nog maar één keer eerder geweest dat de politie moest komen.” Ze staat onder toezicht van verslavingszorg, vertelt ze. “We hebben allebei een probleem met drinken. Met drank op loopt het uit de hand.” Esther wil stoppen met die drank. Twee keer per week krijgt ze urinecontrole. Verder laat ze zich behandelen. Daar heeft ze zelf om gevraagd.

“Hij wordt agressief en ik ga schreeuwen”, zegt Esther. “Het gaat nu goed. Omdat er niet meer gedronken wordt.” Ze vertelt dat ze een traumatisch verleden heeft met mishandeling tijdens haar jeugd en gedwongen opsluiting. “Dat is geen excuus, maar wel de persoon die ik ben geworden.” Naast drank is er ook cocaïnegebruik. “De dag dat het uit de hand liep had ik drie glazen op en pijnstillers. Daarvoor cocaïne. Dat is geen goede combi.” De coke is nog steeds een probleem.

De rechter beschrijft de situatie. “Uw man had een diepe snee, twee centimeter boven zijn wenkbrauw. Zijn gezicht zat helemaal onder het bloed. Hij is naar de buurvrouw gelopen om hulp.” Zij belt vervolgens alarmnummer 112. “U heeft het in de politieauto allemaal verteld. Dat is sportief van u”, zegt de rechter.

Noodweer
Esther vertelt open en eerlijk, zo lijkt het. Dat dwingt respect af bij de rechter en de officier. Ze heeft een chronische ziekte waardoor ze dagelijks pijn lijdt. De pijnstillers en cocaïne verdoven. De ruzie ging over een ex van haar partner. “Ze wilde hem iets illegaals laten doen. Ze is een vreemd mens en vraagt vreemde dingen. Daar wil ik geen contact mee.”

Er zijn gelukkig andere tijden aangebroken thuis. “Na de klap ging er een nieuwe wereld open. Het is nu kalm en rustig. Door wat er is gebeurd gaat het veel beter. Ik had nooit mogen slaan. Maar ik zie nu dat ik heel anders met hem om moeten gaan.” De man van Esther zit in de verder lege zaal en lijkt haar te steunen. Hij steekt zijn vuist op naar zijn vrouw.

De rechter wil weten of het noodweer was. “Ik viel naar achter en wilde weg. Maar hij heeft me niet geslagen. Omdat ik hem uit mijn buurt wilde, heb ik hem wel geslagen. Ik wilde dat het schreeuwen ophield. Ik wilde weg. Maar hij liet me er niet langs. Hij slaat me nooit. Ik was niet bang dat hij me zou slaan.” Eigenlijk zijn er tijdens deze zitting nauwelijks vragen nodig. Esther vertaalt het verhaal van A tot Z uit zichzelf. Af en toe kijkt ze opzij naar haar partner.

De rechter vraagt nu toch door over haar gevoelens. Esther huilt. “Ik had hem nooit moeten slaan. Ik kreeg gewoon een black-out.” Vanaf de publieke tribune reageert de partner. “Hou op!” Waarschijnlijk wil hij dat de vragen stoppen.

“Dit is niet genoeg voor noodweer”, zegt de officier van justitie. “Ook een black-out is dat niet. Ze viel en zag het stuk hout liggen en sloeg. Het had ook veel erger kunnen aflopen, het had ook een snee door zijn oog kunnen zijn. Dan was meneer misschien blind. Al met al wil hij een kleine straf. Veertig uur taakstraf, waarvan twintig voorwaardelijk.” De partner van Esther reageert meteen. “Goed zo! Klasse!” Hij steekt een duim op naar zijn vrouw.

De advocaat van Esther vindt de eis niet onredelijk. “Ze voelde zich bedreigd. Ze gebruikte het hout, omdat ze fysiek het onderspit zou delven. Ze zei: wegwezen! Maar dat deed hij niet.”

Het vonnis
“Voor noodweer moet er sprake zijn van een aanval”, zegt de rechter. “Deze situatie was niet dusdanig bedreigend, dat u zich zo mocht verdedigen. Ik snap de frustratie, ik snap de boosheid, maar dat is juridisch niet genoeg. U heeft het goed verteld en u heeft het hulp gevraagd. Dat vind ik een heel groot compliment waard. Maar slaan met een tafelpoot mag niet als vergelding, dit is ook een signaal naar de samenleving.” Hij gaat mee met de eis van de officier en daarmee is iedereen tevreden. Ter plekke wordt afstand gedaan van hoger beroep.

*De naam van de verdachte is gefingeerd. De redactie van Rijnmond kent haar ware identiteit.

Dit is een verhaal van Maurice Laparlière voor onze mediapartner Rijnmond,