In de bus schuift de hand van meneer Willemse (84) bij elke bocht verder over het blote been van de 14-jarige Tessa

0
438

REGIO – Een hoogbejaarde busreiziger gaat in een bijna lege stadsbus naast een 14-jarige scholiere zitten. Die raakt in paniek als zijn hand op haar lichaam wordt gelegd. Ze fluistert dat ze weg wil en maakt SOS-gebaren naar andere reizigers. In de rechtszaal blijkt dat de verdachte een bijzonder verleden heeft.

.Meneer Willemse* is fit voor zijn 84 jaar, maar hij hoort slecht. En laat nou net de microfoon in de Dordtse rechtszaal kapot zijn. De bode komt aangesneld, maar ook hij kan het geluidssysteem niet tot leven brengen. Daarom moeten de rechter en de officier erg luid en duidelijk spreken. “Meneer wordt verweten dat hij onverhoeds zijn hand op haar blote knie heeft gelegd! En ook op haar blote bovenbeen!”

“Is dat waar?”, vraagt de rechter aan de bejaarde man met blauwe trui en geruit kraagje. “Totaal niet waar! Er is niets gebeurd!”, roept meneer Willemse door de kleine rechtszaal. “Ik was gevallen op mijn knie. Die pakte ik beet. Misschien dat ik haar toen even heb aangeraakt.” De rechter laat even een stilte vallen. “Bent u boos?” Meneer Willemse: “Ja! Ik vind dit een valse beschuldiging!”

SOS-signalen
Het valt andere passagiers meteen op. In een bijna lege bus gaat de bejaarde man naast de 14-jarige Tessa zitten, terwijl hij ook voor lege stoelen kan kiezen. Twee reizigers beschrijven aan de politie dat ze zien dat het meisje overstuur raakt terwijl de bus door Rotterdam rijdt. Bij station Zuidplein zou Tessa vervolgens huilend de bus uitvluchten. Zelf zegt ze tegen de politie dat ze er al uit had gewild bij Slinge. “Ik ben een stil persoon”, zegt ze. “Ik maakte met mijn hand SOS-signalen, maar niemand begreep me.”

“Hij bekeek haar op en neer. We zagen dat het meisje bang was”, zeggen medereizigers. “Ik voelde dat hij de binnenkant van mijn been pakt en met zijn hand omhoog ging naar mijn geslachtsdeel”, verklaart Tessa zelf. “Ik was bang. Bij iedere bocht verschoof zijn hand. Zijn hand schoof langzaam omhoog en ik droeg een rok. Ik fluisterde bij Slinge dat ik weg wilde, maar ik zei het heel zacht. Hij bleef mijn been vasthouden. Daarna schraapte ik mijn keel en vroeg ik het nog een keer.”

Meneer Willemse zegt tegen de politie dat hij haar misschien niet heeft gehoord. Hij zegt ook dat hij het een aantrekkelijk meisje vond, met een aantrekkelijk gezicht. “Ik had haar ouder geschat, ik vind het erg dat ze veertien is”, zegt hij in de rechtszaal. En dan: “Ik heb niks gedaan! Ik wilde alleen mijn knie beschermen! Ik heb niks tegen dat meisje gedaan, ik zie niet wat het probleem is!” En naar de officier van justitie snauwt hij boos: “Ik heb haar niet aangeraakt, hoe kom je daarbij?!”

‘Hij zat aan me’
“Maar dat zegt u tegen de politie. Twee keer”, zegt de rechter over het vermeende aanraken van Tessa. “Heb ik ook tegen de politie gezegd dat ik in een kindertehuis heb gezeten?”, reageert meneer Willemse. “Met z’n zevenen ging we naar het kindertehuis. Daar heb ik zeventien jaar gezeten. Mijn begeleider kwam bij me in bed liggen. Hij zat aan me.”

En dan ineens: “Ik heb niks gedaan! Dit meisje verzint het!” Langzaam begint duidelijk te worden dat hier misschien ook andere dingen spelen. “Heeft u problemen thuis? Dat u dingen niet meer weet, of problemen met het huishouden?”, vraagt de officier.

Die opmerking verandert de toon van de rechtszaak. Het gaat nu minder over de verdachte en meer over de mens. Meneer Willemse heeft met zijn vrouw geen seksuele relatie, vertelt de rechter. In een rapport van de reclassering staat zelfs dat meneer Willemse in zijn hele leven nog nooit seks heeft gehad. “Dat is toch wel bijzonder dat dat hier staat”, zegt de rechter daarover.

Gespreksgroep
Meneer Willemse zorgt voor zijn zieke vrouw die al een leven gezondheidsproblemen heeft. “Toen we trouwden, heb ik gevraagd aan de dokter of hij het een goed idee vond dat we kinderen zouden krijgen. Hij zei toen tegen me: dat kun je maar beter niet doen.”

“De reclassering vindt het moeilijk om te zeggen of het nog een keer gebeurt. U heeft geen strafblad. Ze vinden dat u wel verward bent”, zegt de rechter hard, omdat de microfoon het nog altijd niet doet. “Ja, dat klopt wel. Ik ben soms verward”, zegt meneer Willemse terug. Dan: “In 1986 was er ook een soortgelijk geval. Toen heb ik twee jaar begeleiding gekregen in een gespreksgroep. Dat zou ik graag weer willen. Mag dat? Een keer herhalen? Dat lijkt me goed.”

Huilbui
“Hij gaat naast het meisje zitten. Ze is bang. Op Zuidplein stapt het meisje huilend uit en vlucht naar haar vriendin”, zegt de officier. “Meneer zegt tegen de politie: dat ik dat heb gedaan zal wel door de opwinding komen. Hij zegt ook: het zit me niet lekker. Dat had ik niet moeten doen. Het gebeurde onverhoeds en het meisje kon zich niet aan zijn handen onttrekken. Dat is aanranding. Dat is een strafbaar feit en ondanks zijn hoge leeftijd is meneer daar ook strafbaar voor.”

“Ik ben er voorstander van dat meneer naar een gespreksgroep wil. Maar moet dat nog op deze leeftijd? Ik denk dat hij het beste met zijn huisarts kan praten. Wel duidelijk is: wat meneer heeft gedaan, mag niet.” Meneer Willemse schudt hevig zijn hoofd en roept: “Nee! Dat mag niet!” De officier gaat verder: “Het is jammer dat het meisje hier niet is. We weten niet hoe het met haar gaat. Ook is meneer inmiddels 84.” Hij eist dertig uur taakstraf, geheel voorwaardelijk.

Als de advocaat van meneer Willemse aan de verdediging begint, hangt meneer Willemse er slap bij. Hij zit helemaal scheef in zijn stoel. Dan barst hij ineens uit in een stevige huilbui. Hij schokt, snikt en snottert. “Wat heeft dit allemaal voor zin? De één zegt dit en de ander zegt dat!” De rechter: “Drinkt u even wat water.” Dan gaan we weer door.

“Hij maakte tijdens de verhoren een verwarde indruk. Ik was erbij”, zegt de advocaat. “En u merkt het vandaag ook: er worden gekke dingen gezegd. Ik denk dat hij zijn hand per ongeluk tegen haar been heeft gelegd. Verder heeft meneer de zorg over zijn vrouw. Hij is er dagelijks mee bezig.” De advocaat van meneer Willemse vraagt om vrijspraak. Het laatste woord is aan de oude verdachte zelf: “Ik zou niet weten wat. Alleen die gespreksgroep, dat wil ik wel doen.”

Het vonnis
“Ik vind dat u aan dat het meisje hebt gezeten”, opent de rechter zijn vonnis. “Dat moet heel vervelend zijn geweest. Op de foto lijkt het nog een jong meisje. Maar u hoorde ook niet alles. Ik twijfel of u haar tegen haar wil vast wilde houden. Toch is wat er overblijft ook heel ernstig. Ik vind het een bijzonder verhaal dat er iemand bij u in bed is gekropen. U was negen jaar, dat moet vreselijk zijn geweest. Daar hou ik rekening mee in mijn uitspraak.” De rechter veroordeelt meneer Willemse tot twintig uur voorwaardelijke taakstraf. “Ik vind het een heel goed idee dat u naar uw dokter gaat. Ik zie uw advocaat ook knikken.”

Dit is een verhaal van Maurice Laparlière voor onze mediapartner Rijnmond.