Paulina ramt in de winkel een tand uit de mond van de schoonmaakster als haar rijstkoker kapot is

0
198

REGIO – Een 24-jarige studente gaat door het lint als ze zich bedreigd voelt in een winkel. Ze is boos omdat haar rijstkoker kapot is. Het loopt zo uit de hand dat de schoonmaakster bij de tandarts eindigt en de studente zelf voor de rechter.

In de kleine Dordtse rechtszaal zit een fikse schoolklas en dat vindt verdachte Paulina* maar niks. “U gaat dingen uit het dossier gooien”, zegt ze. “Maar dit is openbaar”, reageert de rechter. Paulina: “Dat mag niet van mij.” De rechter praat vervolgens op besliste toon. “Daar gaat u niet over. Maar ik heb ze net toegesproken en als ze zich niet gedragen gaan ze eruit.” Dat lijkt Paulina met tegenzin te accepteren.

Dan zet de officier kort op een rij waarover we gaan praten. “In een winkel heeft u een medewerkster in haar gezicht gestompt en een scheefstaande tand geslagen. Verder heeft u een bus beschadigd.” Paulina moet lachen als ze dat laatste hoort. Later blijkt dat ze juist dit onderdeel niet wil bespreken met de klas erbij.

“U ging terug naar de winkel toen een rijstkoker niet goed was”, zegt de rechter. “Ik had vijf jaar garantie”, zegt Paulina tussendoor. “Dat ging niet helemaal goed. U kreeg nogal een discussie”, gaat de rechter verder. Paulina: “Ik kon niet omruilen. Toen zag ik die dame met zwart haar. Het werd een discussie. Ze kwam dichtbij. Ik voelde me bedreigd en toen heb ik geduwd. Het werd vechten, alle drie tegen mij. De man trok aan mijn haren. Ik sloeg met mijn vuisten.”

Is Paulina misschien iets té snel gaan meppen in winkel, vraagt de rechter zich af. “Het was drie tegen één. Kijk, hoe klein ik ben. Kom op meneer!” Paulina blijkt onder andere de schoonmaakster flink te hebben geraakt. Volgens het dossier slaat ze een tand in haar mond achterover. “Deze mevrouw werkt al heel erg lang in de winkel. Ze legt een hand op uw schouder om te sussen.” Paulina onderbreekt de rechter weer: “Je moet niet aan me zitten. Ik ken je niet.”

“Er staat dat u kletsen terugkrijgt, nadat u eerst zelf heeft geslagen”, zegt de rechter. “Ze hebben mij eerst geslagen. Kijk hoe klein ik ben!”, herhaalt ze luid. “De volgende keer sla ik ze helemaal verrot!” Nu gaat Paulina wat betreft de rechter toch te ver. “Dat moet u hier niet zeggen, mevrouw”, zegt hij streng. Paulina zucht. “Oké.” Dan draait ze zich om naar de vrouw met de losse tand die ook in de zaal zit. “Mevrouw, kijkt u maar naar mij! Ik heb hier niet zo’n gerust gevoel over”, zegt de rechter. De schoolklas luistert ondertussen met open mond mee.

Zelfverdediging
De schoonmaakster wil 1.700 euro schadevergoeding. “Ik ben naar de tandarts geweest. Er zat niet één tand los. Er zaten meerdere tanden los. Die moeten eruit. Er moet een brug worden gemaakt.” Het gaat over geld en Paulina zucht hoorbaar diep. Ze kijkt nu wel voor zich uit. De geslagen vrouw heeft een offerte van de tandarts voor de rechter. Die bestudeert het papier. “Ik zie geen direct causaal verband tot de klap”, zegt de man in de zwarte toga. “Ik kan nog wel even terug naar de tandarts”, zegt de schoonmaakster. “Dat is nu te laat”, reageert de rechter.

De eigenares van de zaak zit ook tussen de scholieren op de publieke tribune. “Mijn medewerker heeft ook veertien dagen vrij gehad, omdat ze een blauw oog had. Ik heb haar die tijd wel doorbetaald.” Ineens staat Paulina op uit de verdachtenbank en doet met een zwaaiende beweging voor hoe ze de beveiliger heeft geslagen. “Ik heb meneer in zijn gezicht geslagen. Niemand kan mij tegenhouden als ik word geslagen. Ook mijn moeder niet.” De rechter: “Bent u daar trots op?” Paulina: “Dat is zelfverdediging. Niemand mag mij slaan.” We mogen inmiddels wel zeggen dat de sfeer in de rechtszaal niet geweldig is.

“Dan gaan we het nu over uw ex hebben”, zegt de rechter. “U zou met een aardappelschilmesje op zijn auto hebben gekrast. Heeft u dat gedaan?” Paulina lijkt beschaamd naar beneden te kijken. “Ja”, zegt ze zacht. “Klaar, dan houden we erover op”, zegt de rechter. Het onderwerp is in twee zinnen afgerond. Paulina wil er niet over praten en dat voelt de rechter goed aan. Er staat nog wel een eerdere straf open, zegt de rechter. Toen weigerde Paulina mee te werken met de reclassering en daarom moet ze nu zitten.

Paulina studeert als buitenlandse student in Rotterdam. “Ik vraag me af hoe het met u gaat. Sinds u in Nederland bent, lijkt het niet zo goed met u te gaan”, zegt de rechter. “Ik hou niet van praten. Ik vertrouw niemand niet.” Ze ratelt nu in hoog tempo. “Praten met begeleider, met een opleiding, met die, met dat. Ik wil gewoon met rust gelaten worden. Ik ben zelfstandig, ik heb hulp niet nodig.”

“Gaat het goed met u?”, vraagt de rechter. “Ja”, zegt ze. “Ik ben net drie maanden op vakantie geweest.” Ze ging naar haar thuisland. Toen ze aankwam op Schiphol moest ze meteen de cel in, omdat er nog een andere straf openstond. “Gaat het echt goed? U zit hier en reageert zo heftig”, vraagt de officier van justitie. “Als er veel dingen zijn, dan verlies ik mijn hoofd. Dat kan gewoon. Ik heb wel vaker discussies, maar niet altijd met een gevecht.” De officier: “Het gaat in het leven niet altijd zoals u wil. Als het niet gaat, gaat u om u heen slaan.”

“Wil u geen agressietraining?”, vraagt de advocaat van Paulina aan haar cliënt. Paulina zegt dat ze overweegt om te gaan boksen. “U bent 24. Dat is een mooie leeftijd. Toen begon ik ook met boksen”, zegt de rechter. Dat lijkt Paulina te bevallen. Het is een van de weinige harmonieuze momenten tijdens de zitting. “Alstublieft, geef me geen straf”, zegt Paulina kwetsbaar tijdens dat korte moment.

Machocultuur
“Mevrouw kreeg een klap. Haar tand stond scheef en ze had een bloedneus”, zegt de officier van justitie. “U was helemaal over de rooie, zegt een getuige. Geweld en vernieling. En dan de eerdere straf waarbij mevrouw niet met de reclassering wil praten. Als je niet mee wil werken, zit er maar één ding op: gevangenisstraf.” Ze eist twee weken cel, 750 euro boete en nog een week extra zitten vanwege de eerdere voorwaardelijke straf.

“Cliënt heeft bekend te hebben geslagen”, zegt Paulina’s advocaat. “Maar ze voelde zich ook bedreigd. Er stonden drie mensen om haar heen. Ze heeft een bepaalde persoonlijkheid. Daarom vraag ik om noodweer. Ze komt brutaal over, alsof ze niet wil leren. Maar dat is hoe ze is opgegroeid. Het is een beetje een machocultuur. Ik hoop dat u daar rekening mee wil houden”, besluit de advocaat. “Haar tand stond allang scheef”, voegt Paulina daar nog aan toe.

Dan begint de rechter aan zijn vonnis. “Ik ga in hoger beroep!”, roept Paulina meteen. “Mevrouw, ik heb nog nooit gehoord dat iemand in hoger beroep gaat als de uitspraak nog niet is gedaan”, roept hij verwonderd uit. Even later weet Paulina wat haar te wachten staat. “Doei. Ik heb schijt”, zegt ze brutaal als ze de zaal verlaat. “Ze had geen enkel respect voor u”, zegt de docent van de scholieren even later tegen de rechter. “Ach”, glimlacht de rechter, “als ik me dáár druk om zou moeten maken…”

Het vonnis
“Er zit iets in u dat u verhindert rustig na te denken. En misschien is dat niet helemaal aan uzelf te wijten”, opent de rechter zijn vonnis. Hij straft Paulina met tien dagen cel en 500 euro smartengeld. Met de tandartsrekening kan de schoonmaakster alsnog naar de civiele rechter. Dan blijkt er uit andere straffen in totaal nog een week en veertien dagen open te staan. “Hoeveel is dat samen?”, vraagt Paulina aan de rechter. Voor het eerst deze zitting moet de klas even lachen.

* Omwille van privacyredenen is de naam van de verdachte gefingeerd. De redactie van Rijnmond kent haar ware identiteit.

Dit is een verhaal van Maurice Laparlière voor onze mediapartner Rijnmond.