Arie slaat boos een rek omver in het tankstation, maar dan drukt de medewerker op de alarmknop

0
264

REGIO – Een 54-jarige Dordtenaar gaat uit zijn dak als hij vindt dat hij wordt bedonderd in een tankstation. Als de politie arriveert, loopt het anders dan hij verwacht. Hij krijgt geen geld terug, maar moet mee in de politiewagen naar het bureau.

Met wat draaien en keren rijdt Arie* zijn scootmobiel door de opening in het ijzeren hek rond de rechtszaal. Hij zucht en hij blaast, want het was best een inspanning om de scherpe bocht te maken. Dan staat hij geparkeerd en kunnen we beginnen. “Ik sta meneer al jaren bij”, zegt zijn advocaat meteen tegen de rechter. Arie is in het verleden een paar keer heel boos geworden.

“Het gaat om drie keer diefstal en één keer vernieling. Dat laatste was in een tankstation. Wat kunt u zeggen?”, komt de rechter terzake. Over dat laatste zegt Arie: “Dat ik er nog steeds boos om ben! Ik vroeg om product A, maar kreeg product B. Ik kreeg halfzware shag en ik rook zwaar. Ik wil mijn geld terug! Dat heb ik nog steeds niet gekregen! Ik heb geen geldboompie in de tuin!”

Hij zwaait met zijn arm om te laten zien hoe het ging. “Ik was boos. Daar stond een rekkie met chips. Die kwam terecht op het pinautomaatje, dat zat niet goed vast. Ik heb één keer uitgehaald met m’n vlakke hand.” Als hij dat zegt, zwaait hij nog een keer royaal met zijn arm door de lucht. Het rekje, de chipszakjes, de pinautomaat, een reclamestandaard, alles vliegt van de toonbank in het Dordtse tankstation.

Pakje shag
Alle consternatie gaat over de aankoop van een pakje shag. Arie denkt dat hij zware shag koopt, maar krijgt halfzwaar. Eenmaal buiten krijgt hij het in de gaten. Hij wil ruilen, maar de medewerker zegt dat dat niet meer kan. Arie is verbijsterd, vraagt zijn geld terug en mept ten einde raad de chips van de balie.

“Ik zeg: druk maar op de overvalknop. Ik had geen telefoon bij me om de politie bellen. Hij gaf toen een ram op die knop. Meteen gingen de deuren dicht. De politie was er zo. Ik heb nog steeds geen shag en ik heb ook geen geld teruggehad. Ik ben bestolen! Als hij gewoon die shag had gegeven, was er niks gebeurd. Ik heb ook maar een uitkerinkje.” Arie is in de veronderstelling dat de politie de zaak ter plekke voor hem oplost, maar in plaats daarvan gaat hij de cel in. Vier dagen lang.

Dan de eerste diefstal. Het gaat om riblap en zalm. “Al had ik een halve koe gestolen, stelen is stelen”, zegt de Dordtenaar schuldbewust. De rechter vraagt waarom hij dat deed. “Ik sta onder bewind. Ik moet toch eten. Ik zat in een lastig… uh… uh….” De rechter: “Parket?” Arie knikt. “Ja! Parket! Ik ben zo suf als een konijn. Ik slik zoveel medicatie. Maar ik ben niet achterlijk hoor! Het zal niet meer gebeuren hoor!”

Zeevruchten
De andere diefstal is die van ‘fruit de mer’. Het visgerecht komt tevoorschijn uit het mandje aan het stuur van de scootmobiel. Arie had er een plastic tasje over gelegd. “Wat?!”, roept hij uit. “Wat is dat?” De rechter zegt: “Garnalen en zo.” De officier denkt mee: “Wat zit er in fruit de mer? Zeevruchten”, zegt ze. Arie: “Wat! Gadverdamme! Dat lust ik niet! Ik krijg er kippenvel van. Misschien was het voor de katten. Ik heb vijf katten.”

Hij houdt even stil en denkt na. “Maar ik ben stout geweest. Ja, ik ben stout geweest.” Arie wordt serieuzer nu. De grote man in zijn houthakkersoverhemd zegt zacht: “Ik heb veel pijn en slaap slecht. Mijn karakter verandert.” Bij de laatste diefstal zou hij zijn bier en bakolie hebben betaald, maar vergat hij de zalm af te rekenen. “Ik had exact gepast geld bij me. Het was een vergissing.”

“Mevrouw, mag ik even een pilletje nemen voor de pijn?” Arie zit inderdaad al een tijdje te draaien en zuchten in zijn scootmobiel. Hij rommelt in zijn tas. “Die ben ik ook vergeten. Ik vergeet ook alles godverdorie.” De rechter vraagt of we toch door kunnen. “Ik bijt wel op m’n kunstgebit”, zegt de verdachte. De rechter kijkt hem vragend aan. “Die uitdrukking”, zegt Arie. “Ik bijt wel op m’n tanden. M’n kunstgebit.”

“Ik slik thuis elke dag 28 pillen, alleen voor de pijn. Thuis ga ik alleen van de bank naar de wc. Oohhhh…” Arie kreunt van de pijn en schuifelt heen en weer op zijn scootmobiel. Rechter, griffier en officier kijken met bezorgde ogen naar de verdachte. “Ik heb vier dagen vastgezeten na het tankstation. Ik heb daar zoveel pijn gehad, dag en nacht. Dat is een dubbele straf geworden.”

Martelen
Arie gaat verder: “Ik wil vrijwilligerswerk doen, maar dan moet ik steeds mensen teleurstellen. Het lukt niet. Ik wil tuinieren, ik wil knutselen, maar het lukt niet. Ik heb gewoon teveel pijn. Na een inspanning als vandaag lig ik vanavond te janken van de pijn.” De officier van justitie herinnert de verdachte eraan dat er nog wel zeven dagen cel open staan. Daar schrikt Arie van. “Ik moet geopereerd worden. Ik krijg een pacemaker.”

“Meneer ontkent dat hij zalm heeft gestolen”, begint de officier haar eis. “Maar de medewerker van de broodafdeling ziet hem iets wegstoppen.” En over het tankstation: “Uit boosheid zomaar een maai geven, dan vliegt er van alles rond. Meneer is een sterke man, dat liet hij net al zien. Ze wil vier dagen celstraf en daarnaast tien dagen voorwaardelijk. Ook vindt ze dat hij de eerdere voorwaardelijke straf van zeven dagen moet uitzitten. Arie gaat weer eens verzitten en kreunt van de pijn.

“De vraag is vooral: hoe zorgen we dat we meneer niet meer terugzien?”, steekt de advocaat van Arie van wal. Hij wil niet dat zijn client de cel in moet. “Gelukkig heeft hij zich ingeschreven voor agressietraining en voor een cursus omgaan met leefgeld. Vier dagen vastzitten was een lijdensweg. Hij kreeg geen medicatie en heeft veel geleden. Dat is martelen, dat is tergen.” De man in de scootmobiel roept door de zaal: “Ja! Een lijdensweg!”

Het vonnis
“U heeft het niet breed, maar dat is geen reden om te stelen uit de winkel. Het is wel fijn dat u werkt aan uw problemen. Met vier dagen cel bent u al behoorlijk gestraft, gezien uw pijn.” De rechter geeft Arie de vier dagen cel die hij al heeft gezeten en tien dagen voorwaardelijk. De eerdere voorwaardelijke straf hoeft hij niet uit te zitten. “Ik geeft u mijn dank!”, roept Arie. “Ik wens u het beste! Fijn weekend dames!” Dan laveert hij in zijn achteruit de rechtszaal weer uit.

* Omwille van privacyredenen is de naam van de verdachte gefingeerd. De redactie van Rijnmond kent zijn ware identiteit.

Dit is een verhaal van Maurice Laparlière voor onze mediapartner Rijnmond.