Jan is wanhopig bij de dierenarts en roept dat hij iemand gaat vermoorden

0
63

REGIO – Een 65-jarige Rotterdammer is boos en wanhopig als hij met zijn hond bij de dierenarts is. Hij zegt dingen die hij misschien niet had moeten zeggen en past de dosering van de pillen aan. Maar ging hij écht over de schreef? Daarover oordeelt de rechter.

Jan* beweegt naar de microfoon toe en dan barst hij los. “Ik heb die mensen nooit bedreigd! Geen woord, niks over dood! Ik heb netjes de rekening betaald. 154 euro!” Zijn hese stemgeluid knalt door de Dordtse rechtszaal. “Als het allemaal zo erg is geweest, laat ze dat dan zelf hier komen vertellen!”, zegt hij over de dierenarts.

Jan is boos. Maar hij is ook radeloos. Hij leek verloren in zijn leven. Maar nu gaat het beter en hij is bang dat zonder zijn trouwe viervoeter Bob alles weer in elkaar klettert. “Geen dieren meer in huis?”, zegt hij tegen de rechter. ”Nou, dan euthanasie. Zonder dieren kan ik niet leven.”

Twintig minuten daarvoor beginnen we de zitting nog in alle kalmte. “Heeft u iemand meegenomen?’, vraagt de rechter geïnteresseerd. “Ja”, zegt Jan en hij kijkt even achterom naar de enige persoon op de publieke tribune. “Dat is mijn chauffeur. En ook een beetje mijn morele steun.” Die steun en toeverlaat knikt instemmend terug.

Jan heeft waarschijnlijk geen makkelijk leven. De groeven in zijn gezicht zijn diep. “Ik zal u vertellen, ik heb 37 jaar in de Pauluskerk gewoond”, zal Jan zeggen als hij het laatste woord heeft. Hij is even stil en dan breekt zijn stem. “Daar moest ik weg. Op eigen kracht ben ik weggegaan.” De tranen rollen over zijn wangen. In de Pauluskerk in Rotterdam kom je niet zomaar. Daar krijgen drugsverslaafden en dak- en thuislozen hulp.

Na zijn lange verblijf in de Pauluskerk komt Jan met Bob in een eigen huisje te wonen. Maar als Bob last krijgt van zijn poot komen er problemen. “Meneer heeft bij dierenarts gezegd dat hij iemand ging vermoorden”, zegt de officier van justitie. ”Oohh!!”, roept Jan verbaasd als hij dat hoort. “Ik ben al twintig jaar niet met justitie in aanraking gekomen. Dit ga ik toch niet doen?”

Beetje bij beetje wordt duidelijk wat er is gebeurd. Jan krijgt thuis bezoek van de diereninspectie. “Die vrouw kwam met drie agenten. Ik zei alleen maar dat ik haar kapot zou maken. Maar ik zal u zeggen, juffrouw, het was een beetje een bende, want de waterleiding was kapot. Maar ik mag in mijn eigen huis toch zeggen wat ik wil, juffrouw?”, zegt hij tegen de rechter. “Nou, niet helemaal soms”, reageert ze.

Daarna gaat Jan met Bob naar de dierenarts. Jan krijgt zalf en pijnstillers mee. De rekening is gepeperd, maar Jan betaalt. “Ik krijg maar 45 gulden bijstand per week”, zegt hij. De pijnstilling vertrouwt hij niet helemaal. “Mijn hond kreeg rare ontlasting en hij was suf”, zegt Jan. Hij geeft eigenhandig een lagere dosering, maar maakt het potje leeg. Daarna gaat hij nog een keer terug en het wordt een hele discussie bij de dierenarts. “Ik heb zelf medicijnen, al 33 jaar, en die hebben niet veel geholpen”, zegt hij.

‘NSB-tactieken’
“U heeft gezegd: ‘Jullie moeten stoppen met de inspectiedienst op me afsturen, want anders zal ik iemand vermoorden. Ik kan net als de politie een wapen trekken’”, zegt de officier van justitie over de vermeende bedreiging.

“De assistente hoort het ook. Omdat we het schietincident in Erasmus MC net hadden meegemaakt is meneer aangehouden en hebben we hem voorgeleid aan de rechter-commissaris.” Dat voorgeleiden is niet niks en Jan zit drie dagen vast. De officier doelt op de drie doden vlak voor Jan zijn bezoek aan de dierenarts.

Jan kijkt verbijsterd de zaal rond als hij het hoort “Waar ben ik nou toch in terecht gekomen?”, vraagt hij zich hardop af. In zijn spijkerbroek en zwarte jas zit hij eerst recht overeind, nu zakt hij moedeloos onderuit. “Zeg jij nou ook eens wat”, snibt hij tegen zijn advocaat die naast hem zit. “Dit zijn toch NSB-tactieken!” Dat levert een waarschuwing op van de rechter. Nog een keer en hij kan gaan. “Dan tekenen we hoger beroep aan”, reageert Jan.

“Ik heb een halfje gedaan om uit te proberen en daarna heb ik Bob met halfjes het hele bussie gegeven”, verdedigt Jan zich. Het dossier bij de dierenarts is er niet helemaal duidelijk over, maar Jan lijkt de zalf netjes te hebben gesmeerd en de pijnstilling in kleine hoeveelheden te hebben gegeven. Bob wordt vervolgens door de inspectie in beslag genomen. Een zwarte dag voor Jan.

“Niets of te weinig toedienen is verwaarlozing”, zegt de officier tijdens zijn eis. “En als je de dierenarts bedreigt, ga je echt een grens over. Die doet ook maar z’n werk. De kans op herhaling is groot. Ik wil een houdverbod voor dieren voor twee jaar.” Verder eist hij vijftig uur voorwaardelijke celstraf en drie dagen onvoorwaardelijke cel. Die zat Jan al vast in voorarrest.

Nog moedelozer zakt Jan onderuit. Het is nu de beurt aan zijn advocaat. “Hij heeft wel degelijk medicijnen gegeven, hij heeft het potje leeggemaakt”, zegt de raadsman. “De bedreigingen zijn niet direct gericht aan de dierenarts”, refereert hij aan de uitspraak dat Jan ‘iemand’ zou gaan vermoorden.

“Die hond is echt zijn maatje, zijn hulphond”, rondt hij af. “Dit is heel groot verdriet. Ik vraag u gezien het gemis van zijn hond om het te houden bij zijn voorarrest.” Jan houdt zijn hoofd in zijn handen. Hij huilt. “Straks ben ik mijn huis kwijt, straks is alles weg”, snikt hij. Jan is doodsbang om weer terug te vallen in een leven met verslaving en zonder een eigen plek.

“Ik hoor wat u zegt, ik moet hier even over nadenken”, zegt de rechter als Jan uitgesproken is. Ze vraagt iedereen de zaal te verlaten en neemt tien minuten bedenktijd voor haar vonnis.

Het vonnis
“Ik moest er even goed over nadenken en dat heb ik gedaan”, begint de rechter. “Ik begin meteen achteraan. Ik ga u op beide punten vrijspreken. U zegt: ik heb het niet gezegd. Ik zie wel dat het ongezellig is geweest, maar ik twijfel wat u precies heeft gezegd. En bij twijfel, dan moet ik u vrijspreken.” Eenzelfde redenering geldt voor de medicatie, het is gewoon te onduidelijk. Dan wenst ze Jan het allerbeste. “Ik u ook”, zegt die terug. “Het kaarsje branden heeft geholpen.”

*Omwiile van privacy is de naam van de verdachte gefingeerd. Zijn ware identiteit is bij de redactie van Rijnmond bekend.

Dit is een verhaal van Maurice Laparlière voor onze mediapartner Rijnmond.