Dordtenaar slaat zijn vader met een hondenbot op het hoofd: dieptepunt in een gewelddadig gezin

0
111
Vader en zoon hadden beiden een strafblad voor geweldsdelicten © Pixabay

DORDRECHT – De vader heeft een lang strafblad. De zoon heeft een lang strafblad. Maandag 4 december staan ze recht tegenover elkaar in de woning in Dordrecht. De 22-jarige Q. slaat zijn vader minstens twee keer met een hondenbot van 40 cm op het hoofd, tot bloedens toe. “Ik moest mijzelf verdedigen”, is zijn verweer.

Vader en zoon zitten met twee meter tussenruimte in de rechtszaal in Rotterdam. Ook nu vliegen de verwijten over en weer. “Je had me wel kunnen doodslaan.” “Je bent als vader altijd gewelddadig geweest.”

Er ontvouwt zich een geschiedenis van geweld in een Dordts gezin. De zoon heeft in zijn nog prille leven in een internaat en psychiatrische kliniek gezeten. Op zijn cv prijken meerdere veroordelingen voor geweld, problematisch drugsgebruik en psychotische aanvallen.

Maar eerst terug naar 4 december. Q. ramt op zijn kamer tegen een boksbal, vader eist dat het schreeuwen en de muziek wat zachter moeten. Dan escaleert het. In de visie van de vader: Q. loopt hem achterna de kamer in, pakt een groot bot uit de hondenbench en slaat hem op het voorhoofd. Het bot breekt en er volgt een klap met de scherpe, afgebroken punt waardoor een flinke snee ontstaat en een hevige bloeding.

‘Hij kwam met een mes op me af’
De zoon zegt dat hij zijn vader met een mes op hem zag afkomen. “Juist omdat hij mij eerder heeft mishandeld, was ik bang. Ik heb twee keer geslagen, om mijzelf te verdedigen. Anders was ik degene geweest die bloedend op de grond lag.”

De vader schudt voortdurend het hoofd als zijn zoon aan het woord is. “Het zijn leugens, neem je verantwoordelijkheid.” Zijn stem trilt als hij zijn relaas doet in de rechtszaal. “De afgelopen tien jaar is duidelijk geworden dat je hulp nodig hebt. Je kan gewoon wachten tot het weer misgaat.”

Hij schetst een leven vol incidenten met zijn zoon. Hoe hij hem regelmatig op straat had gezet, als hij onhandelbaar was of de woning ‘had veranderd in een buurthuis annex drugshol’. Dan zwierf Q. over straat, om toch steeds weer bij zijn vader aan te kloppen.

Vriendin raakt zwanger
Zo ook eind vorig jaar. De vriendin van Q. is zwanger geraakt van hem, haar moeder heeft haar de deur gewezen en samen met Q. trekt ze in bij diens vader. De vriendin was net boodschappen doen toen de ruzie over de boksbal escaleerde op die 4e december.

Ruim een week geleden is Q.’s vriendin bevallen, terwijl Q. in de cel zit. “Het doet heel veel pijn dat ik niet bij de geboorte van mijn eigen dochter kon zijn. Mijn leven is er wel door veranderd. Ik sta nu open voor behandeling en wil ook mijn medicijnen gaan slikken.”

De vraag is: wat voor soort behandeling? Heeft Q. stoornissen? Hij noemt zichzelf een rustige jongen die niet thuishoort in een tbs-kliniek. Hij wijt veel van zijn problemen aan zijn opvoeding en de buurt. “Dordrecht is een hele slechte stad, de oorzaak van veel van mijn ellende.”

Deskundigen hebben nog geen oordeel kunnen geven en adviseren Q. naar het Pieter Baan Centrum te sturen, ter observatie. Het Openbaar Ministerie wil dat ook. Probleempje: daar geldt een wachttijd van 27 weken. Tel daar observatie in het PBC bij op en het schrijven van een rapport en we zijn veertig weken verder.

Veertig weken wachten
De rechtbank is helder: “Als u morgen in het PBC opgenomen kon worden, zouden we het gelijk doen. Maar veertig weken wachten is niet te verteren. We gaan dus door met de zaak.”

Het OM komt met een strafeis van acht maanden cel en belangrijker: tbs met dwangverpleging. “Er is sprake van een lange, turbulente geschiedenis. We zien in 2023 dat het geweld steeds erger wordt en korter na elkaar. In het verleden is gebleken dat de verdachte zich niet aan de afspraken houdt en wegloopt, dus een gedwongen opname in een kliniek is de enige remedie om te voorkomen dat hij in herhaling valt.”

De officier van justitie spreekt expliciet uit dat zij zich zorgen maakt over de vriendin van Q. en hun dochtertje. Daar is de Dordtse verdachte dan weer boos over. “Ik zou haar nooit iets aandoen.” In zijn laatste woord gaat hij erop door. “Ik hoop dat ik snel bij mijn kind kan zijn en aan het werk kan.” De rechter doet op 20 juni uitspraak.

Dit is een verhaal van Paul Verspeek voor onze mediapartner Rijnmond.