
Richard zorgt voor overlast in Rotterdam-Centrum en heeft een gebiedsverbod gekregen. Maar daar trekt hij zich weinig van aan. In de rechtszaal weet hij één ding zeker: “Ik ben onschuldig.”
Door de wachtruimte van de Rotterdamse rechtbank slentert een grijsaard. Met blote voeten in sandalen loopt hij het ene rondje na het andere. Zijn joggingbroek slobbert om zijn dunne benen. Af en toe neemt hij een slok uit een bekertje. De man zit in zijn eigen bubbel en brabbelt onsamenhangende teksten. De ene keer roept hij zachtjes ‘klootzak!’. De volgende keer dat hij langskomt: ‘We worden afgeluisterd, ik zeg het je.’
“Hij is aardig van het padje”, zegt de verslaggeefster tegen de stagiaire, die is meegekomen om voor het eerst een rechtszaak mee te maken. “Ja, hij loopt maar te ijsberen”, zegt zij. “Ik vind hem zielig.”
Het doelloze geslenter van de man stopt pas als zijn advocaat de wachtruimte binnenkomt. De raadsman is te laat en trekt haastig zijn toga aan. Met wat vertraging kan het proces tegen Richard (60) beginnen.
In Opmerkelijke Zaken doet Ingrid Smits elke week verslag van een rechtszaak in de regio Rijnmond. Deze keer gaat het bij de politierechter in Rotterdam om overtreding van een gebiedsverbod en bedreiging van een agent. De naam Richard is gefingeerd. Hoe hij in werkelijkheid heet, is bekend bij de redactie.
Richard blijkt niet voor het eerst voor de rechter te zitten en kent het bijbehorende jargon. “Is dit de MK?”, vraagt hij zodra hij op zijn stoeltje heeft plaatsgenomen. MK staat voor Meervoudige Kamer en betekent dat drie rechters een zaak gaan beoordelen. Deze rechter zit alleen. “Ik ben een politierechter”, legt hij uit.
“Ik ben onschuldig”, kondigt Richard alvast aan.
“Daar gaan we het nou juist over hebben”, antwoordt de rechter met een glimlach.
Strak van de middelen
Schiedammer Richard blijkt te kampen met een drugsverslaving. Wegens overlast heeft hij een gebiedsverbod voor het centrum van Rotterdam gekregen. Maar daar had hij lak aan. In april, mei en juni van dit jaar zag de politie hem toch weer lopen in het Museumpark, op de Westblaak en in de Witte de Withstraat. Op de laatste plek bedreigde Richard ook een agent: “Wacht maar, kankerlijer. Ik schiet je kapot, kankerhond.”
“Ik stond strak van de middelen”, zegt Richard over de scheldkanonnade. “En ik was vergeten dat ik niet in het centrum mocht komen. Ik ontken alles. Ik heb trauma. En er zitten hier overal microfoontjes in de muur.”

De rechter doet een poging om wat lijn in het gesprek te houden en begint weer over de bedreiging. “Het gaat nooit lekker tussen mij en agenten”, zegt Richard. “Ik heb ook twee overvallen gedaan. Maar eentje mislukte, omdat ik de kassa niet kon vinden.”
De rechter laat de overvallen voor wat ze zijn. “U zei tegen die agent dat u hem door zijn kop zou schieten”, gaat hij onverstoorbaar door.
Richard: “Ik heb geen wapen. Waar moet ik dat mee doen dan?”
De rechter: “U zegt: ik roep maar wat?”
Richard: “Ik heb het niet gezegd. Maar ze mogen me niet.”
De rechter: “U lijkt me best een aardige vent. Of niet?”
Richard: “Nee.”
Geld nodig?
De verdachte slaakt een diepe zucht en legt een pakje sigaretten op tafel. “Ik heb geen vuur”, zegt hij, terwijl hij om zich heen kijkt. “U mag hier ook helemaal niet roken”, reageert de rechter. Richard laat de sigaretten op tafel liggen en vraagt zich hardop af waarom een rechtszaak eigenlijk nog nodig is. “Het was allemaal van de zomer en dat is al zó lang geleden.”
“De officier van justitie heeft u aangeklaagd”, zegt de rechter.
“Waarom?”, reageert Richard. “Heeft ze geld nodig ofzo?”
Sinds begin juli blijkt Richard in een afkickkliniek te zitten. Dat was niet zijn eigen keuze. Hij is ertoe gedwongen, via een zogeheten zorgmachtiging, en zit op een gesloten afdeling. Alleen vandaag mag hij even naar buiten. Richard is zonder begeleiding van Capelle aan den IJssel naar Rotterdam gereisd.
“Hoe is het in de kliniek?”, wil de rechter weten.
Die vraag maakt wat los. Als een klein kind steekt Richard zijn hoofd in zijn hoodie en begint te huilen.
“Wilt u een glaasje water?”, vraagt de rechter.
“Nee”, snikt de verdachte.

Als hij zich heeft herpakt zegt Richard dat hij niet op zijn plek is in de kliniek. “Ik zit tussen allemaal mentaal gestoorden.” Hij is ook boos over de medicijninjecties die hij krijgt. “Die wil ik niet in mijn reet, maar in mijn arm!”
De verdachte beweert dat hij al sinds februari clean is. Maar uit het dossier komt een ander beeld naar voren. “U was vanaf april steeds in het centrum om drugs te kopen”, zegt de rechter.
“Ik moest wel”, zegt Richard. “In Oost verkopen ze alleen maar speed en dat is troep.”
Welke drugs Richard gebruikt wordt tijdens de zitting niet benoemd. Maar zijn gedrag lijkt veel op dat van een crackverslaafde.
“We gaan nu luisteren naar de officier van justitie”, kondigt de rechter aan. “En daarna naar uw advocaat. U moet stil zijn. Daarna mag u wat zeggen, maar u moet dus wel op uw beurt wachten.”
“Oké”, zegt Richard.
Papier prikken?
De officier van justitie vindt alle feiten waarvoor Richard terechtstaat bewezen. Ze brengt in herinnering dat hij in juni al een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf heeft gekregen. Maar: in zijn huidige mentale toestand ziet ze hem geen papier prikken of bloemperken schoffelen. Geen taakstraf dus.
Dat Richard gedwongen is opgenomen in een kliniek lijkt haar voor dit moment het beste wat hem kan overkomen. Ze eist daarom alleen een voorwaardelijke gevangenisstraf. “Maar wel een forse, namelijk acht weken met een proeftijd van twee jaar.”
Niet mee eens
Richard heeft tijdens het hele betoog keurig gezwegen. Pas als zijn advocaat het woord krijgt, wordt hij weer onrustig en steekt zijn vinger op, alsof hij in een schoolklas zit.
“Meneer heeft schizofrenie en is paranoïde”, zegt de advocaat. “Dus hoe zwaar kan dit hem allemaal aangerekend worden?”
“Ik ben gewoon helder”, roept Richard dwars door het pleidooi heen. “Ik ben het er niet mee eens. We worden hier afgeluisterd.”
De advocaat vervolgt zijn verhaal en zegt dat hij acht weken voorwaardelijke celstraf te veel vindt. Wat het dan wel moet worden, laat hij in het midden.
Dan is het echt de beurt aan Richard. Maar die heeft geen trek meer in een laatste woord. “Nee”, antwoordt hij als de rechter hem vraagt of hij nog iets wil zeggen. Stuurs staart hij naar het tafeltje waaraan hij zit en schuift zijn pakje peuken heen en weer.
Het vonnis
Net als de officier van justitie acht de rechter alle feiten bewezen. “U bent schuldig”, zegt hij tegen Richard. “Maar wat voor straf verdient u dan? En hoe hoog moet die zijn? Ik vind het het belangrijkste dat er goed voor u gezorgd wordt, zoals nu in de kliniek. Daar bent u op uw plek.”
Richard krijgt geen taak- of gevangenisstraf. De rechter heeft nog wel een tip. “Luister goed naar de mensen in de kliniek en zorg dat u hier vandaan blijft.”
De verdachte is er stil van. Hij grist zijn pakje sigaretten van tafel en slentert de zaal uit. Zijn eerste zorg is waarschijnlijk: een vuurtje.
Dit artikel verscheen eerder bij onze mediapartner Rijnmond.
Volg ons via Bluesky: https://bsky.app/profile/rtvp.bsky.social
Volg ons ook op ons WhatsApp kanaal: https://whatsapp.com/channel/0029VaoRvYF6rsQtr0tBRu3u
