Joost, bedreiger van burgemeester Melissant, praat zelfs niet met advocaat: ‘Zij is een hoer van Satan’

0
138

REGIO – De verdachte blijft de hele zitting staan, een ongebruikelijk tafereel. De politierechter merkt nog op dat verdachten in lang vervlogen tijden altijd stonden. “Dat is veranderd, u mag nu gaan zitten, dat is uw voorrecht.” Maar de man blijft staan, in zijn grijze broek met verfvlekken, een groene polo losjes over de schouders geslagen.

De 62-jarige Joost van D. uit Gorinchem is geen doorsnee verdachte. Bij binnenkomst vouwt hij de handen, maakt een korte buiging naar de rechter en spreekt een ingestudeerde tekst: “Ik identificeer mij als een vrij levend mens van vlees en bloed, gecreëerd door mijn schepper.” Hij schetst even de rolverdeling voor deze middag: God staat op één, dan hij en dan pas de rechter. “U zit onder mij, u heeft geen macht over mij. Daarom heb ik mij laten uitschrijven bij de gemeente.”

Joost is een zogeheten autonoom en accepteert geen enkele wet- of regelgeving. De man is op zijn klompen een bekende figuur in Gorinchem. Op 6 november was hij op de markt, op het moment dat burgemeester Melissant een interview deed voor Rijnmond over de landelijke intocht van Sinterklaas. Joost liep naar haar toe en schreeuwde: ‘Er komen kogels, u verdient dat. De kogels komen naar u toe’.

‘Hoer van Satan’
De burgemeester deed aangifte van bedreiging met de dood en dat is de reden dat hij hier deze woensdag staat, in de rechtszaal in Rotterdam. Hij begint met een vraag aan de rechter: “Bent u een coöperatie?” De rechter antwoord op zeer kalme toon dat hij geen coöperatie is, maar aangesteld is om zijn zaak te beoordelen.

De rechter wijst hem er ook op dat hij een advocaat heeft, die hem bij een vorige zitting is toegewezen. De verdachte: “Ik heb geen advocaat gevraagd. Ik heb het in de black dictionary opgezocht, maar advocaat betekent ‘hoer van Satan’.” Advocate Inge Saey geeft aan dat zij geen contact met haar cliënt heeft gehad en hem daarom ook verder niet kan bijstaan.

Zij is niet de enige. De psychiater die Joost van D. in zijn cel opzocht, probeerde te peilen of de man wellicht geestelijke hulp nodig heeft, maar er kwam geen respons. Onverrichterzake ging de psychiater weer weg. Hetzelfde gebeurt in de rechtszaal als de politierechter probeert te achterhalen wat de verdachte nou bezielde op de markt in Gorinchem. Op de eerste vraag antwoordt hij: “Dat weet ik niet.” De rechter: “Gaat u elke vraag beantwoorden met ‘Dat weet ik niet’?” De verdachte: “Dat weet ik niet.”

De rechter doet toch nog een poging. “De burgemeester is, om in uw termen te blijven, ook een vrij mens, wellicht ook door de schepper gemaakt. Zij noemt dit een nare, bedreigende ervaring.” Maar Joost is niet van plan er iets over te zeggen. Voor burgemeester Melissant is hij geen onbekende: in de zomer stond hij een keer bij haar voor de deur met dreigende teksten, maar die zaak is toen bij gebrek aan bewijs geseponeerd. In juni is hij veroordeeld voor het slaan en bespugen van ambtenaren.

Gevangenisstraf en contactverbod
De officier van justitie spreekt van een heftig incident en onberekenbaar gedrag. “Een uitspatting op klaarlichte dag. Het had niet alleen op de burgemeester impact, ook op de vele mensen die aanwezig waren op de markt.” De eis: een maand cel en daarna een contactverbod met de burgemeester.

Aangezien de advocaat geen rol heeft en er dus geen pleidooi volgt, krijgt Joost van D. direct het laatste woord. De tekst is voorspelbaar: “Dat weet ik niet.” De man staat nu al een tijdje en trekt af en toe de benen op, kennelijk om een zekere stijfheid tegen te gaan.

De rechter doet direct uitspraak. “U heeft de burgemeester doodschrik aangejaagd en er blijkt dat u vaker de confrontatie zoekt. Ik vind de eis wat fors en leg u een gevangenisstraf op van drie weken.” Dat betekent dat de verdachte direct weer vrijkomt, maar niet zonder meer. “U mag geen contact zoeken met de burgemeester, anders haalt de politie u meteen weer op en moet u twee weken zitten.”

De zitting is ten einde en op de vraag of hij in hoger beroep gaat, antwoordt hij nog maar een keer: “Dat weet ik niet.” Vlak voor Joost de zaal verlaat, vouwt hij de handen, maakt een korte hoofdknik naar de officier van justitie en de rechter en zegt: “God is met u.”

Dit is een verhaal van onze mediapartner Rijnmond.